Loop van Jupiter. 45
4. Zoekt dan op de gegeeven tyd de Zons waare plaats, ook deZons afstand van de Aarde in Logarithmus getallen.
5. Door de Planeet van ’t verste punt, zoekt zyn afstandvan de Zon in ’t vlak van de Ecliptica, in getallen van deLogarithmus.
6. By de Zons plaats 6 Tekens bygeteld, zoo heeft men deAardkloots plaats uit de Zon te zien ; ’t verschil tuffchen dit laat-ste en de Planeets plaats, uit de Zon te zien , is de tuffchenhoekvan een driehoek, daar van hier vooren de twee zyden gevondenZyn, te weeten, de Zons en Planeets afstand in de Ecliptica, ende Zons en Aardkloots afstand ; daar door vind men de hoek overdeeze laatste zyde, dat is ’t verschil van de Planeets plaats ; of mendie uit de Zon, of uit de Aarde ziet ; door Additie, als de Aardevoorby de Conjunctie van de Zon en de Planeet is ; en doorSubstractie , voorby de Oppositie, vind men de Planeets plaatsin lengte.
Of men kan dit laatste Articul aldus doen ; trekt de Zons plaatsvan de Planeets plaats , of de Planeets plaats van de Zons plaats,als ’t restant maar minder als 6 Teekens is , neemt van ’t verschilde helst, en zoekt hier de Tangens Logarithmus af, dit zullenwy A noemen; telt by de Logarithmus , van de distantie tuffchenJupiter en de Zon, de Radius ; van deeze Som , trekt af de Lo-garithmus van de distantie tuffchen de Zon en de Aarde, zoekt degraaden, minuten, enz. van de rest in de Tangens-tafel, en trektdaar van altyd 45 graaden , van de resteerende graaden, minutenen secunden; zoekt de Tangens, telt deeze by A; de graaden,&c. daar van, zoekt in de Tangens-tafel, en iiibftraheert die vande halve Som der onbekende hoeken ; de rest is ’t geen , dat dePlaneet zig digter of verder in de Ecliptica uit de Aarde vertoont,als of men die uit de Zon zag.
Tot een voorbeeld zullen wy neemen de 21ste Observatie, diegedaan is in ’t Jaar 1716 , tuffchen den 24 en r5sten Augustus,Oude Styl.
k 3
Jupiter