7 o Onderzoek over de Maans
Mr. Cajfini , hier op de Aarde maar omtrent is tot de hoogte van2000 Toises (A), dat is een weinig meer als j Duitsche myl. Iade Totaale verduistering van de Maan, die in ’t Jaar 1718, dençden September, Nieuwe Styl, voorviel, zag Mr. Caffini te 8uur.»4? min., 40 sec., dat een kleine vaste Ster door de Maan bedektwierd, na dat dezelve meer als een minuut tyd op de OostelykeRand van de Maan , die men zeer duidelyk kon onderkennen, ge-zien was; in onze Lugt, en op de Maan was het zoo helder, datdoe de Maan geheel verduisterd was, men evenwel de voornaamsteplekken nog zien kon ; te 8 uur., 5 6 min., 40 fee., begon iets vande Maan te verligten ff) j Mr. La Hire zag de Immeriie van degemelde vaste Ster, te 8 uuren, 45 min., 37 sec., na dat die Sterzig digte by de twee minuuten tyd op de kant van de Maan ver-toond had (k) -, de gemelde Fransche Sterrekundigen schryven dittoe aan de kragt van het ligt, dat de Maan had, hoewel dat zy
g eheel verduisterd was, om dat de vermeerdering van de beelteniser Ster zoo groot was (l). Zou men nu wel mogen vraagen, hoedat het komt, dat dit niet altyd zoo gebeurde, als ’t duistere deelvan de Maan over -een Ster loopt ? Mr. Maraldi zag ook, dat degemelde vaste Ster eenige tyd op den Rand van de Maan vertoefde,en verhaalt, dat dit een verschynzel was , dat hy nooit gezienhad in de andere Conjunctien van de Maan met een vaste Ster:kan men niet eenige twyffeling opvatten, of de uitlegging van debovengemelde Heeren wel regt gedaan is ? en is hier mede dit ver-schynzel volkomen opgelost ? zou het niet eenigzins waarschynely-ker zyn, als men het zelve verklaarde door de straalbuiging in deMaans Atmosphera ? Het is bekend, dat in de Maan hooge bergenen diepe kuilen zyn ; het Appeninsch gebergte, dat een schuine op-gaande
(b) Memoir. de l’Acad. Franc., Ao. 1714, pag. 47, Ed. Amst.
09 Memoir. de l’Acad. Royal, des Scien., Ao. 1718, pag. Z56.
(k) Idem , pag. 362.
(O De eigen woorden van den Heer CaJJlni , daar hy van ’t vertoeven van deSter op de Maans Rand ipreekt, zyn aldus : ,, Ce qui a été caufê apparetnenc„ par la Lumière de la Lune , qui quoiqu’ éclipsée , étoit assez forte pour„ augmenter son image, & la faire paroître plus grande qu’elle n’est effectivement”JDie van den Heer de La Hire luiden : „ Ce qui est une preuve de la force de la„ Lumière que la Lune avoit quoi qu’elle fût éclipsée, puisque l’augmentatio»,, de fou image étoit, fi grande dans l’œil.