Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
74
JPEG-Download
 

74 Onderzoek over de Maans

schynt. Uit de bedekking van Parys kan men bestuiten , dat dehoogte van de Maans Atmosphera, tot zoo ver als die bequaamisom de straalen zigtbaarlyk te buigen, moet zyn omtrent ; Duitschemyl. Om nu de onderstelling van de Maans Atmosphera waar-schynelyker te maaken, zal ik híer niet bybrengen ,tgeen Fran-cisais Blanchini , int Jaar 1725, den lóden Augustus, tot Romengezien heeft, in de vlek Plato in de Maan , door een Verrekykervan Joseph Campani , lang 150 Roomfche palmen ; dat is omtrent107 voeten Rhynlandsche Maat (V), noch dat verschelde Persoonen,doe int Jaar 17ijs de Zon geheel verduistert was, door Verre-kykers Onweeren in de Maan gezien hebben (s) ; maar zal alleenhier aantekenen, dat de Heer Cajsmi, int Jaar 1720, tuffchen den2i en azsten April, een Ster, die Bayer met y tekend, in deMaagd , door de Maan heeft zien bedekken : Flamfieed stelt deezeSter opt eind vant Jaar 1689, 5 gr., 52 min., n sec. insü, meti gr., 48 min., 53 sec. Noorder Breedte. Uit deeze Observatiebestuit de Heer CaJJini , dat de Maan geen Dampkring heeft ; maarzyn Waarneeming wystniet anders aan, als dat de Dampkring vande Maan, voor zoo ver die bequaam is om de straalen te buigen, dehooge bergen en landen van de Maan niet te boven gaat, het welk ikgaarne toestaa : het is een dubbelde Ster, of die uit twee Sterrenbestaat, daar de Maan overliep, door een Verrekyker van 11 voetenscheen het een Ster die wat langagtig was, en door een van 16voeten, twee Sterren; de afstand tuffchen dezelve, vertoonde zigzoo wyd, als de middelyn van ieder Ster int byzonder. 15 min.,24 sec. na de middernagt zag men de Immerfie van de WestelykeSter, in de donkere Rand van de Maan : 2 minuut na dien tydwierd de Oostelyke Ster bedekt, even als de andere, in minder alseen halve secunde tyd : men was zeer oplettend, om de uitgangvan deeze Sterren van agter de verligte Rand van de Maan te zien,en men wierd die beide te gelyk gewaar, 51 min., 1 6 sec., na demiddernagt, zynde dezelve byna evenwydig aan de Rand van deMaan (ƒ), daar op de Immerfie dezelve schuins stonden, jen opzigtvan de Maans Rand : en alhoewel, door het groots ligt van de

Maan

UQ PMoioph. Transact., Num. 396, pag. 181 & 182.

(s) Memoir. de 1Academ. Royale des Sciences, Ao. i 7 * 5 > P a S*I27, EdAffllt'

(t) Memoir. de lAcadem. Royale des Sciences, Ao. i 72 °> P a g. 184.