Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
83
JPEG-Download
 

Zon- en Maan-Ecüpzen. Z z

midden louur., iomin. In de derde Eclips, of die vant Jaar izz,Londen de Tafels omtrent een half uur van de Waarneeming, af-wyken; dog ditblykt genoegzaam door de andere Verduisteringen,dat zulks niet wel is : men kan het doen overeen komen , als menin Ptolomeus , in plaats van 4s, leest iy minuten. Wat nu de an-dere veertien Eclipzen aangaat, ik meen dat het zeven Babiloni-fche, en zeven Griekse zyn ; dog in de Babilonische is men tenopzigt yan de tyd onzeker ; want het schynt my toe, dat deGrieken eenige daar van gebruikt hebben, en in hun tyd veran-derd , om de Maans loop, met behulp van hun eigen Waarnee-mingen, daar uit te ontdekken ; de eerste en derde komen vry welovereen met de Tafels, als men Atheenfe tyd reekent ; de anderevyf fchynen Babilonische tyd te zyn ; maar in de drie laatste vandeeze Verduisteringen, vermoed ik , dat het begin , en niet hetmidden is aangeteekend ; in de eerste en derde is de tyd-bepaalingte ruw, daarom heb ik die daar uitgelaaten ; in de derde wordzelfs het uur niet gemeld ; de TJitreekening levert het volgen-de uit:

Maau-Eclipzen.

f 720 Maart 8 Aj 621 April 22 MJaaren voor Christus.^ s 23 July 17 Mj f02 Nov. 20 Mt.491 April 2 6 M

MynReek.

Streetius.

Bullialdus.

/

//

/

//

/

//

z

: 56

-k-

11 :

9

+

0 :

42

11

: s 0

+

13 :

53

+

6 :

12

S

: 20

*

30 :

6

w

26 :

JO

1

- «7

*+

6 :

17

»-4

10 :

12

0

: 54

6 :

4

-r-

19 :

56

Zoo dat in het minste uit deeze Verduisteringen , of uit die vanPtolomeus , niet blykt, dat de Maan fnelder begint te loopen.

Wat de Griekse Waarneemingen aangaat; de drie Verduisterin-gen in Maan, dewelke zig vertoonden z8z en 382 Jaaren voorChristus, die zyn uit Hipparchus afkomstig j daar worden de Ar-chontes van Athenen, en de Attische Maanden aangetekend ; deSterrekundigen hebben de Jaaren van Nabonnajfar daar by gedaan,om die tegens andere Waarneemingen te vergelyken ; zoo datPtolomeus het niet wel zal hebben, als hy meent, dat het Babilo-lonis c j ie tyd is, wordende daar niets in gevonden, dat na de Babilo-mfche Tyd-reekening gelykt : de drie Maan-Eclipzen, die 201 enJaaren voor Christus gebeurd zyn, heeft Ptolomeus ook uittlipparchus ; door de Tydkring van Calippus schynt immers dat het

L 2 Griek-