Zon- en Maan-Ecüpzen. 89
De Tyd van de Verduistering is naukeurig genoeg bepaald : dat het eenvoornaame Eclips geweest is, blykt uit Herodotus , die verhaalt, dat dezelvevoorviel in ’t 6de Jaar van den Oorlog tusschen den Koning van Lydiën,Alyattes , en Cyaxares, of Asueros, de Koning der Meeden (L) ; terwyl zy, inhet Midden van een Veldslag , met malkander handgemeen waaren , veran-derde , door een Verduistering in de Zon, de dag in nagt ; daarom hieldenzy op met Stryden en maakten Vroede, die bevestigd wierddoor ’tHuwelykvan Darius de Meder, de Zoon van Afueros, die ook Aslyages genoemd wierd (c ),met Ariane , de Dogter van Alyattes. Dat AJlyagês bekend was onder dennaam van Darius , blykt uit Cedrenus , en Suidas zegt , dat Thaïes onderDarius de Zon-Eclips voorzegd heeft (d). Het is om te verwonderen , hoe ver-ward dat de Astronomisten en Chronologisten in deeze Eclips zyn. Calvifius ,door Herodotus misleid, meent, dat deeze Verduistering gebeurd is in herbe-gin van ’t 2de Jaar van de 43ste Olympiade, dat is 607 Jaaren voor Christus,den Zvsten July, 1 uur, 55 min. , 24 fee. na de middag van Mefopotamia,de grootheid 8 duim , 38 min. E. Souciet (e) volgt Petavius, die dezelvebrengt op 597 Jaaren voor Christus, den 9den July, ’smorgens ten 6 uuren,de grootheid9 duim, 22min., volgens de Tafels van TichoBrahe (f); maar datdit de regte Eclipzen niet zyn, blykt vooreerst, om dat de Jaaren te veel metde oude Schry vers verscheden ; ook konden die zulk een groote duisternisniet geeven ; want al is de Zon 9 duim verduisterd, zoo kan men de veran-dering van ’t ligt niet veel zien, gelyk Louis k Comte te regt aantekent (g) ;daarom houd zig de laatste Schryver aan Ricciolus , die meent, dat deezeEclips gebeurd is 585 Jaaren voor Christus, den 2gsten May, tot Sardis, nade middag ten 6 uuren (A). De beroemde Izak Newton , in zyn Chronologievan de oude Koninkryken (i), stelt deeze Eclips ook in ’t zelfde Jaar, en opden zelfden dag. Ik heb de Uitreekeningen gedaan, en vond dat het endmaar in Europa zigtbaar was; dat de Zon in Barbaryen, Bewesten Carthago,omtrent daar in de Kaarten van de l’Jjie Constantine is, Centraal en Totaalverduisterd is ondergegaan ; dat de lyn van de uiterste raaking door de Archi-pel liep : zoo dat men tot Sardis, nog in geheel klein Aha, en verder Oost-waart na ’t Ryk der Meden, in ’t minst van deeze Eclips niet heeft kunnenzien : het blykt dan klaar, dat dít de Verduistering niet is, die men zoekt.De Eclips, die Scaliger en Buniingus daar voor opgeeven , kan ook de regteniet geweest zyn; zy stellen die 583 Jaaren voor Christus, den isten October.
M De
O) Marsham Canon. Chron., pag. 605 , Franks. 1696.
(«) Chronicon. Paschale, pag. 141. (á) Pag. 426. Bas. r;8t.tri Diffère, contre h. Newton, pag. 21 , Paris 1726.
( f) Petav. Ration. Tempor-, lib. 3, pag. 149, Franks. 1700.tf) Nouv. Mem. fur l’Etat de la Chine, pag. 306, Arast. 1698.
A) z '-e Ahnaneji^ tom. x, cap. 19, pag. 362, Bon. 1651 , en Chron. Magn, & Select.,pag- U, Bon .% 66 9 .
(0 Pag. 41, en p a g_ 340, Paris 17x8.