Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
94
JPEG-Download
 

94 Onderzoek over eenïge

geschied. Petavius (y) reekent de Eclips op den zelfden dag die Caïvijius meld ;het begin tot Sardis 24 min. na de middag ; het midden ten 1 uur, 53 min. ;het end te 3 uur., 15 min. ; de grootheid 7 duim, 14 min.

D In ’t 4CÎ12 Jaar van de 78ste Olympiade verduisterde de Zon.

in't jzM Chronicon Paschale, gag. i6z.

voor

Christus In Eusebius (2) vind men een Zon-Eclips een Olympiade laater, ’cwelk

April 30, waarschynelyk de zelfde zal geweest zyn. ’tSchynt dat Georg. Syncell. (à) ook1 van deeze Eclips fchryft. Plinius (b) verhaalt , dat Anaxagoras van Clasomene,door zyn groote kennis, die hy van de Hemelsche Wetenschappen had,voorzeid heeft, in ’t 2de Jaar van de 78ste Olympiade; op welk een tyd dateen Steen uit de Zon zou vallen; ’twelk ook zoo gebeurd is: maar de kennisvan de Hemelsloop kon Anaxagoras niet helpen om dit te voorzeggen ; ditwas ’t gevoelen van ’t gemeene volk. Aristoteles (c) verhaalt, dat de Steendoor een zwaaren wind van een Berg daar neêrgestort is. Plutarcbus , in ’cLeeven van Lyzander , spreekt met meer onderscheid van de zaak, en berigtons, dat Anaxagoras voorzeid hadde, dat een van de Lichamen of Sterren,dewelke hy oordeelde dat een zoort van Steenen waren, zou afgerukt wor-den van den Hemel. Zou het dan wel onwaarschynelyk zyn, dat hy een Co-meet voorzeid had; vindende in de oude Historien , op verschelde tyden,twee Staartsterren , die op eenen tyd van ’t Jaar gezien wierden , waar vande loop volkomen overeenstemde, en dat hy die voor een en de zelfde geno-men heeft ? want uit Arijloteles blykt, dat men in zyn tyd al dagt, dat deComeeten een vastgestelde omloop hadden ; dog den netten dag te voorzeg-gen , wanneer dat een Staartster zig voor de eerstemaal zal vertoonen, is ge-noegzaam onmooglyk , en zal ligt voor al tyd aan ’t menschelyk geslagt ver-borgen blyven. Is ’s niet aanneemelyker, dat hy een Zon-Eclips voorspeldheeft, en daar de dag en uur van noemde, daarby voegende, onder bedektetermen , dat een Comeet zou verschynen ; dog zonder nette tydbepaaling ?Dathy van de Eclipzen wel kennis had, blykt uit zyn Leerling Pericles; ditsi* volgt ook uit Philostratis , in ’t Leeven van Apollonius , die fchryft, dat Anaxa-goras voorzeid had , dat op den vollen dag een fchielyke nagt zou opkomen,en alles met duisterheid vervuld worden : dit geeft immers een Totaale Zon-Eciips te kennen ; geen grooter Verduistering is by zyn leeven voorgeval-len tot Athenen , als die , dewelke gebeurd is in ’t iste Jaar van de 79steOlympiade, dat is drie Jaaren na de gemelde voorzegging. Ik vind dezelvedoor de reekening, 463 Jaaren voor Christus, den ZOsten April ; het middenuit de Aardkloots Centrum te zien, volgens de tyd vanLondon, 1 uur., 47 min.;

n»

(y) Dodr- Temp., lib. 8, cap. 13, pag. 489, in tom. 1.

(z) Chron., pag. 56. Chwnogrnp-, pag. 254.

(,')) Lib. 1 , £ a P- 58, pág. 24. (c) Lib. j, met cap. 7 , P a S- 53».