11 2 Onderzoek over eenïge
(alzoo dezelve Pseudo-Chronicon genoemd word) een Jaar verbeeterd moet wor-den ; ook moet men de Eclips van ’t Jaar 421 verwerpen. Hevelius mist dan5 of 9 Jaaren in deeze Verduistering (V) ; Ricciolus 8 Jaaren, als te zien is inzyn Almagest. (V); en nog eens, met Scaüger 5 Jaaren. In Cieomedes (y) vindmen een Zon-Eclips, die in de Hellespont Totaal was, en tot Alexandrien10 duim : Fojjius (z) verhaalt, dat Cieomedes geleeft heeft omtrent ’tjaar 427.Het is dan niet onwaarfchyneiyk, dat hy van deeze Eclips fchryft : Ricciolusmeent, dat de laatstgemelde Autheur hier de Verduistering in 'toog heeft,doe Cyaxares en Halyattes streeden (a) ; maar dit is ongerymd : hier vorenhebben wy reets gezeid, dat de Eclips, op de tyd van die stryd, in de Hel-lespont niet Totaal was,
D De Zon scheen schrikkelyk, zoodaanig, dat naulyks een derde
ín ’tjaar deel daar van ligte. Gregor. Turonen ., tib. 2., cap. 3. sol 11.
staChri-
Kus485, J 0 s' Scaüger ( 2 >) zeid, dat Gregorius van Tours aanteekent, dat deeze Eclips
May 29. gebeurd, is in ’t eerste Jaar van de Keizer Marcianus ; maar dit is in den laatst-gemelden Schryver niet te vinden. Scaüger meent, dat de Eclips gebeurd isin ’t Jaar 4fo, den 27sten April; daarom heb ik c!ie bereekend, en vind hetmidden, uit de Aardkloots Centrum te zien , volgens de tyd van London,ten 7 uur., 3 1 min., 49 fee. na de middag ; de Maans Noorder Breedte wasniet meer als o min., 25 sec. : nu kunnen die,, dewelke kennis van de Hemels-loop hebben, ligtelyk zien, dat de Verduistering-lyn, van 8 duim, niet doorEuropa ging ; maar zeer ver dit deel van de Aarde misliep : in Vrankrykheeft men niets van deeze Eclips kunnen zien. Gregorius verhaalt de Verdui-stering even voor de dood van Honoricus, die andere Huuericus noemen ' hierdoor, en door Eugenius, blykt klaar genoeg , à de Eclips omtrent ’tjaar485 moet voorgevallen zyn. Calvijius vind die in ’t zelfde Jaar, den 2t)stenMay , tot Parys , ten 7 uur., 5 min. na de middag ; de grootheid 8 duim ,41 min. : het is waar, dat Gregorius van Tours na de Eclips eerst verhaalt vanAttila en de Hunnen ; maar dit zal hy gedaan hebben , om de Historie, vandit volk, beter agter malkander af te handelen ; zoo dat Scaüger 35 Jaaren indeeze Eclips verbeterd moet worden. Ricciolus stelt deeze Eclips, zekerlykuit Scaliger, (om dat hy aanstonds daar na hem noemt) op ’t Jaar 450 ; maarhy voegd daar by , dat Gregorius aanteekent, dat dezelve geschied is in 'tiste Jaar van de Keizer Marcianus , doe Valentinlams voor de zevendemaal enAuienus Consuls waaren, de 3de Indictie ; dog dit is in Gregorius van Tours nietíe vinden.
-{v) Lis zyn Cometograph., pag. 808. I» Tom. 1, pag. 369.
Cy) De Mund. sive Circ. Inspect., lid. 2, pag. 260, Bas. 1547-(2) De Scient. Mathetn., pag. 165, Amst. 1660. (a) Ziet hier vooretl, pag. 84 en 89.
Emeiid- Temp., lib. <5, pag. 613, Genev. 16:9.