Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
116
JPEG-Download
 

1 16 Onderzoek over eemge

in zyn Chronologie van de Keizers is hy t’eenemaal verward , en verscheeltveel Jaaren met de andere Schryvers; men weet zeker genoeg, dat de voor-noemde Constantin in ’t Jaar 66§, den 15den Ju!y, Keizer geworden is : uitde Maand en dag blykt evenwel, dat Reginon. de Eclips van ’t Jaar 664 be-schryft; dog men leest niet by hem den 5 den May, zoo al sRicciolus verhaalt,maarden 5 den der Nonen, dat is den 3 den May; zoo dat Ricciolus deeze Eclips59 Jaaren te vroeg steld.

2. Nog vind men in zyn Almagest. (/), in’t Jaar 682, Solis Eclipsis V NonasMan , uit Lycosthenes; maar op dit Jaar, en deeze dag, was de Maan omtrent20 dagen oud ; hoe kon het dan Zon-Eclips zyn? zoo dat hy nog eens de Ver-duistering van ’t Jaar 664 verhaalt.

3. Ook vind men in zyn Chronologie (st ) , in ’t Jaar 6go, Post Luncs EcUpftm acdeinde Solis 3 Maii, &c. : uit de woorden kan men merken, dat dit uit PauhisIVarnefridus afkomstig is : in ’t voorschreeven Jaar, op den gemelden dag washet geen Nieuwe Maan, maar op den volgenden dag ; dog alzoo de Maan doe40 gr. van de Noordknoop was, zoo kon daar geen Eclips geschieden; enhyverhaak wederom de Verduistering van ’t Jaar 664 : ’tschynt dat alles, hetgeen men van deeze Eclips weet , alleen uit Beda afkomstig is.

4. Calvisius verhaalt, dat Beda in zyn 2de Deel ichryft, dat een Zon-Eclipsgeschiede een Jaar na dat het Synode, door Paus Martinns beroepen, gehou-den was : hy reekent deeze Verduistering in ’t Jaar 650, den 6den February,in Engeland ten 3 uur. na de middag; de grootheid 10 duim, 25 min.: ikvind in Beda , dat het Synode wierd gehouden in ’t 9de Jaar van Constans;eenige tyd daar na quam de Keizer te Romen op de Vide Indictie : dit is in’t Jaar 663 geweest; ’t welk Calvisius ook zelfs op dit Jaar aldus beschryft, endan volgt in Beda , dat een Jaar daar na de gemelde Eclips geschiede : zynewoorden zyn aldus, Sequento anno facïa est Eclipsts Solis, quam nqstra estas meminit,quasi décima hora diei V mms Maias (/). Men ziet dan klaar, dat hy hier de Eclipsvan ’t Jaar 664 meld, en dat men die van Calvisius verwerpen moet.

5. Nog verhaalt Calvisius, dat Beda getuigt, dat hy de Eclips van’t Jaar 664gezien heeft; dit is onmogelyk : Beda verhaalt zelfs, dat hy zyn Historie vanEngeland eindigde in ’t Jaar 731, toen hy 59 Jaaren oud was; dan is de Ver-duistering voor zyn geboorte geschied , en Beda meent in zyn Eeuw.

De Text van de Maan- en Zon-Eclips , uit Paulus Warnefridus, is aldus,Eis Temporibus per indiiïione oclavam Luna EcBpsin, pasta est Solis quoque Eclipsiseodem penè tempore, hora diei quasi décima, quinto nonas Maias effeiïa est. Al de ge-vallen, die de Schryver omtrent deeze Eclipzen verhaalt, zyn omtrent in ’tJaar 680 gebeurd; en evenwel blyktuit.de woorden klaar genoeg, dat dit deZon-Eclips van ’t Jaar 664 is : hy zal dezelve in Beda gevonden hebben, enwel de bovenstaande passagie, zonder Jaargetal, en alleen maar de 7de In-dictie; en de Maan Eclips, uit een ander Schryver, op de 8lìe Indictie: de

Zott-

(0 Tom. 1, pag. 370. (*) Pag. 97. (/) Tom. 2, pag. nH>