of Staartsterren , uit de Geschiedenissen. 191
zyn daar Âristoteles van verhaalt, die in de leeftyd van Democritus en Hippocratesverscheen. Ik vind iets, waar door my het zekerste schynt, dat de Comeet428 Jaaren voor Christus gezien is ; want het is te vermoeden , dat dit deComeet van ’t Jaar 1682 geweest is ; de verloopen tyd tusschen beiden , is2109 Jaaren : nu is de Comeet van ’t Jaar 1682, ook gezien in ’t Jaar 1155,in de Maand Mey ; de verloopen tyd ís 527^ Jaar, waar in de Comeet zevenomloopen gedaan heeft; dan zyn 28 omloopen net 2109 Jaaren , dat won-derlik wel overeenkomt; en ’t geen nog meer dit gevoelen versterkt, is,dat omtrent 74 Jaaren na 428 Jaaren voor Christus , of 354 Jaaren voorChristus, wederom een Comeet gezien wierd, daar van de Staart de gedaantevan een Spies had , ’t welk niet qualykmet die van ’t Jaar 1632 overeenkomt;nog iji Jaaren daar na, dat is 203 Jaaren voor Christus , is een brandendeFakkel aan den Hemel gezien ; 75 Jaaren daar na , dat is 128 Jaaren voorChristus, heeft zig wederom een brandende Fakkel vertoond; nog 75 Jaarenna die tyd, dat is 53 Jaaren voor Christus, doe vertoonde zig een Fakkel,die van ’t Zuiden na ’t Oosten liep; en 't geen zeer aanmerkenswaardig is, dat502, of 503 Jaaren voor Christus, ook een Fakkel aan den Hemel gezienwierd, die meede de gedaante van een Spies had; tusschen dit laatstgenieldeJaar, en ’t Jaar 1682, zyn verloopen 2184 Jaaren; in die tyd heeft de Co-meet 29 volle omloopen om de Zon gedaan , dat is ieder omloop, door mal-kander, 75 Jaaren, 3^ Maand; als men de zeven laatste omloopen doormalkander reekent, dan is ieder omloop 75 Jaaren en 4 Maanden ; 7.00 dathet schynt, dat de Comeeten nu niets van belang traager, of fnelder loopen,als in voorige tyd.
Doe Arifttus Archontes tot Athenen was, verscheen, in de Win- Voorter, ’savonds, in het Westen een Comeet, de Staart was als eenP 7 hri , i ^ r sweg van ligt, en strekte zig tot een derdendeel van den Hemel enuit. Deeze Staartster klom op tot den gordel van den Reus, daardezelve is verdweenen. Arifiotel ., hb. 1. Meteorcap. 6. Seneca,hb. 7. Nat. giueft., cap. y et 16. Plinius t hb. z, cap. 26, pag. iz,
Aurel. AU. 1606. Diodor. Sicul .. Ub. 15, pag. 365 et pag. 483,
Ed. Steph.
De laatste Schryver stelt de Comeet, als een voorteken van het geen dat* n ’t eerste Jaar van de 102de Olympiade gebeurd is. Het is niet om te ge-looven, 'rgeen Ephorus verhaalt, zoo als Seneca ook zeer wel aanmerkt, datdeeze Comeet zig in twee Sterren zou verdeeld hebben ; maar is ’t wel on-'vaarschynelyk, dat, doe de Staartster zig vertoonde, dat omtrent de zelfdeplaats een ligt te voorfchyn quam , t welk de nagt als in dag veranderde,even als m ’t Jaar 1759 ,,den zosten Maart , in deeze Landen gezien is, endat men meende , dat dit van de Comeet afkomstig was ? dit zal de Schry-ver,