Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
203
JPEG-Download
 

of Staartfierren ) uit de Geschiedenissen . iö|einde van 40 dagen zag men die int midden van de groûte Beerverdwynen. Ex Ecclef Philoftor. Hiftor. Epitom. conft à Phot. Pats.

Henr. Foles, interp. mogunt ., pag. 524 & 525. Marcel. Comit.

Chron ., pag.60 , Heid. 1588. Profp. Aqmt. Chron. integ ., pag. 756»

Par. 1711; dog men moet daar in plaats van Columba , ieezen, Co-lumna, Chron Profp. Zyr. 211, Par. 17-11.

Marcellinus schynt deeze Comeet tweemaal te beschryven ; de Sineezenfchynen de Comeet drie Jaaren te iaat te stellen.

Int Jaar 400, of 402., of 405, is een Comeet int Oosten ge- Narien, die door de Noordelyke Sterren na het Westen liep. Phi - C 0 h 3 nstj*bjlorg. Hiftor. Ecclef ., Ub. il, cap. 7, pag. 5jo. Mogunt. ClaudiànXV. ofde Bel. get. ftve de Ficdor. Stilich, pag. 114, Par. 1602.

Dit fchynen twee Comeeten geweest te zyn. Ricciëus stek die, uit Clau-dianus , opt Jaar 405.

Int Jaar 418 is een Comeet meer als 4 Maanden gezien; de NaSineezen verhaalen , dat dezelve zig vertoonde op de 4de Maan , ?lsfiac.dat is omtrent Juny i van 't Oosten liep dezelve door de Staart o.van den grooten Beer, en van daar langzaam nat Westen. Phi-loftorg. Ecclef Hift., Ub. ir, cap. 8 , mog.^ p a g. yzy & y36. Mar-cdl. Comit. Chron. in Onuph. Panv ., pag. 62. Profp. Tyron. Aqmt .,col. 2 1 z. Monarch. Sm. Tab. Chron. , pag. 46, Par. 1686. Hiftor.

Sin. dec. Sec ., pag. 35, Par. 1696. Harman. Contract. Chron., pag.ti6, Franks. 1613. CJoron. Monos. Melhc ., col. 189.

Uit zal' de Comeet vant Jaar 1596 geweest zyn.

Int Jaar 421. in de Maand Maart, verscheen in de morgen* ^stond , nat haanegeschrey . een Ster , díe omtrent 10 nagten na^jSr.^alkander een lang© witte straal uitwierp. Chron, Pafchale , pag. N.313 ,Par.*&

t Schynt- dat nog meer Comeeten omtrent doezen tyd gezien zyn * om datï&atceU. (s), Op-t Jaar 4 2 '3 verhaalt, dat dikwils Hairige en brandende Sterrenv ®rseheenen,, ten zy dat hy hier de Staartsterren van 418 ,< en-422int oogheeft, en dezelve als voortekens van de dood van Bononus aanmerkt.

Cc r

(*) Pag. 39, in de Mgitt vatï Scdïgir.

In