2i2 Korte Beschryvmg van alle de Comeeten ,
’ deeze datum tot de volgende Comeet behoort, en dat deeze verscheenen i*in de Herfst ; want als een Comeet in tegenstand met de Zon is, dan zouzig die de geheele nagt moeten vertoonen, en men zou daar van niet konnenzeggen, dat dezelve ’s morgens voor de Zon ging ; ten andere is het ook waar-schynelyk, dat men die dan langer als drie nagten zou gezien hebben.
Na In 't Jaar 8Z8 > den nden April, of zoo als een ander fchryft,»^Taar °P ,t: Paasch-Feest, ’t welk dit Jaar op den r^den van die Maand
Jaar ’gevierd is, verscheen een Comeet in het Teken van Virgo, in datdeel van het Teken, daar de Vleugel van de Maagd, de Raaf, ende Staart van de Waterslang digt by malkander ryn; in 25 dagenliep deeze Ster door Leo, Cancer, en Gemini, tot het Hooft vande Stier, daar dezelve, onder de Voeten van de Wageman, zynvierig Hoofd, met de groote Staart afleide, en verdween. Auttor.Ludov. PU. Aimoinus de Gefl. Franc., pag. 300.
Deeze Staartster heeft men ook in Tbeganus nagenoeg met de zelfde woor-den als in Aimoinus , maar in de Text van den laatste Schryver vind men Con-fringunt , daar in Tbeganus gevonden word Conjlringit. In Annal. Franc. Me-tens., in ’t Corpus van de Franfche Historien , staat die Comeet op ’t Jaar838, zoo als Hugo die ook gesteld heeft; op ’t zelfde Jaar vind men die ookin de Kronyk van Mansfeld (?•), en in Herm. Corner. Chron. (r) ; de Annal.Franc. Fuldens. (t) , en Sigebert. Gemblac. (v) , stellen deeze Comeet op ’t Jaar839; deeze verhaalen beide , dat de Comeet in Aries verscheen; dog het iswaarfchynelyk, dat men hier door alleen zal moeten verstaan, dat de Zon indat Teken was doe de Comeet verscheen. HeStor Boethius (x) fchryft, datdeeze Staartster, in de Lente, ’s avonds de Zon volgde. Men vind die inAvent. Annal. Bojor. (y ), en Eckjiormius heeft die uit Cardan, de Rer. Var. (z).
Hevelius , en veel andere Schry vers over de Comeeten, verhaalen, datAlbumasar in ’t Jaar 844 e . en Comeet boven Venus zou waargenomen heb-ben : te vergeefs heb ik in de laatste Schryver daar na gezogt ; in zyn In-leiding tot de Hemelsloop, gedrukt te Venetien , in’t Jaar 1506, vind ik («),dat Albumasar in het midden van de 12de Eeuw leefde.
Na In ’t Jaar 84* » den zjsten December, vertoonde zig een Co-s.pjaar. meet m ^ et Westen, na deZons ondergang; de een fchryft, datmen die het eerst vernam in het Teken van de Scorpioem de anderverhaalt, in de Waterman. Nïthardus tekent aan» dat dezelve
door
00 Fol. 9i. (, f ) Col. +56, Lipz. 1713. 0) Pag. 17. („) Pag. § 64 -(*) 10, fol. 206. (j) Pag, Z98, Ingoist. 1554. (2) Lib. 15 > ca P*
(a) In ’t iste cap. van 6de boek, en in 't 12de cap. van 'r zelfde boek.