Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
302
JPEG-Download
 

'3 o2 * Korte Beschfyv'mg van alle de Comeeten ,qua hac figurdverint ignoramus , nam et Lunam hoe anno sape innigredinem versant vidimus (i). De oude Fransche Sehryvers ver-scheden zomtyds één dag met de telling zoo als \vy hedendaags ree-kenen ; dit blykt uit verscheide Verduisteringen, die Aimoimts enandere verhaalen. Twee Hoofdftukken na de Text word verhaald,van 't z de [aar van Childebert , en ’t 17de Jaar van Guntram (k) ;nu is Childebert in ’t Jaar 575, op Pinster, tot Koning gekroond;in’t [aar 577, tusschen den 11 den en irden November, schreefmen ’t 3de Jaar van Childebert. Ik heb bereekend, dat op delaatstgemelde tyd, de Planeet Jupiter gezien moet zyn , in ’t mid-den, tusschen de Maan (die omtrent een dag daar na vol geweest is)en ’t Stiers-Oog Aldebaran ; maar of dit de waare zin van deText wel is, daar zou men aan kunnen twystelen , om dat demeeste Fransche Sehryvers , de dood van Samson , de Zoon vanFredegonda , stellen op ’t Jaar 579 , of 580 (/) , by welke gele-gentheid ’t gemelde Verfchynzel verhaald word : ik weet wel, dathet onmogelyk is , om een Ster in ’t midden van de Maan tezien ; zou men ook moeten verstaan, in ’t midden van de Maansduistere, of verligte Rand ? of zou uit de Text iets by verzuimuitgelaaten zyn , dat‘men moest leezen : dat een Jigte Ster blonkin ’t midden, tusschen de Maan en een andere Ster? die lust heestom dit uit te vinden, zou de Zaamenstanden van de Maan metde Planeeten , en de voornaamste Vaste Sterren, > omtrent den11 den November, van ’t Jaar 574, tot het Jaar 5815 kunnenonderzoeken ; en of ook twee Aiaan-Eclipzen gevonden zwier-den (m) in ’t Jaar, daar een vertooning in ontdekt wierd, waardoor men de gemelde passagie beter kan uitleggen.

Ik

CO hib. 5, cap. 24, pag. 107.

(k) Lib. s> cap. 25, Fok 41.

(O Zie Pere Daniel Histoire de France , tom. 1, pag. 177, Amsterdam 1710,Mezeray Historie van Vrankryk, pag. 63.

(?«) Dan zal men eerst zekerheid hebben, van ’t geen in de eerste Aantekeningvan de Eclipzen., die men vind in Chronoíogisten , pag. 141, verhaald word.