z<t8 Aanhangsel op de Gissingen over den Staat van hét
als de Lyfrenten op een Vrouwsperzoon , oud tuslchen de io en het volle14de Jaar, waardig is 1840 guldens contant geld, daar van getrokken word80 guldens 's Jaars vry geld, en men, om de onzekerheid van ’t Menichelykleeven , dezelve aanstonds , na de Koop , begeerde te verruilen voor eenvaste Renten van 80 guldens ’s Jaars vry geld , te betaaien aan Kooper of zynErven ; indien men dan vroeg, hoe lang dat deeze uitkeering zou moetenduuren? zoo werk ik, om dit te vinden, als volgt : eerst vermenigvuldig ikde 1840 guldens door 2j, zyn de ’t geen de Kooper ’s Jaarlyks van zyn geldInterest ontfangen wil van ieder 100 guldens ; de uitkomst is 4600 guldens :trekt dit van 8omaai too of 8000 guldens; de rest is 3400 guldens : de Lo-garithmus van dit laatste getal, getrokken van de Logarithmus van 8°Po,zoo blyft daar over 0,371611 ; dit gedeelt door de Logarithmus van Ji, zoozal de uitkomst zyn 34 Jaaren en 8 Maanden ; dog als men ’t ontfangen derLyfrenten en Interesten by half Jaaren reekent, zoo deelt door de Logarith-mus van |j, dan zal men byna 3 Maanden minder vinden.
De volgende Tafel, die voor ’t Mannelyk geilagt dient, is op de zelfdewys te zaamen gesteld, en van ’t zelfde gebruik als de voorgaande van deVrouwen.
De Lyfrenten op de Mannelyke Sexe.
In
Door de
Zonder
Met
Gelyfce
Classen.
Tafel.
Lasten.
Lasten.
Uitkeering. 5
/
1856
ƒ 4
ƒ 5
Jaar.
Maand.
Van 5
tot 9 Jaaren
ƒ I82Z
8
10
34
r
——10
— 14 ——-
-
1721
1714
4
*31
5
'7
3 i
z
—15
-— 19 —— —
-
1600
1608
4
ïPi
6
4 ï
28
3
— 20
— 24 ———
-
1503
1504
5
c>!
6
13
25
9
— 25
— 29 ——
-
1417
1401
5
14
7
2z
23
4
— 30
— 34 -
-
i 3°3
1291
6
4
7
15
20
11
— 35
-
1162
1184
6
15
8
9
18
8
-40
44
-
1057
1069
7
9 i
9
7
16
6
- 45
— 49--
-
944
955
8
7 i
10
91
14
4
-50
— 54 ——
809
840
9
ioi
11
18
12
4
- 55
— 59 -
-
754
75 ó
10
11*
*3
41
IO
II
—- 60
— 64 ———
-
671
661
12
2
15
9
S
— 65
— 69 ———»
-
577
575
13
18
I?
8
8
— 70
- 74 -
»
4 69
481
16
12}
20
16
6
_ 7
A
B
C
D
Als men de Interest van de Losrenten aanmerkt tegen 4 ten honderd,-danvind ik , het midden neemende , tuslchen de Lyfrenten die de Meisjes van5 tot 9 Jaaren moeten trekken , en die van 9 tot het end van ’t 14de Jaar,Zz ten honderd, dat is nagenoeg voor de Lyfrenten van een Meisje, oud 10
Jaa-