Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
380
JPEG-Download
 

Door-gaansleevente gelykmeerVrou-we] ykeals Man.nelyke.

380 Aanhangsel op de GiJJïngen over den Staat van hef

men van de gemelde Sleeden A en B, zulke Sterf lysten had, als men te Loir-don uitgeest, en men uit die van A de Lyfrenten op een kind van 5 Jaaren,of daar onder, wilde reekenen , dan zou men dezelve minder waard vinden,voor de Koopers, als die weezentlyk waardig zyn : het tegendeel zal men vin-den, door de Sterf lysten v an B, zoo dat de Lyfrenten moeten bepaald wor-den door de ondervinding der ieeftyd van die geene, daar men Lyfrenten opgekogt heeft.

In de groote Plaatzen van deeze Gewesten , en zelfs op de Dorpen , alsmen lange Jaaren agtèreen reekent, worden meer Jongens als Meisjens ge-booren ; indien nu de Meisjens doorgaans even lang leefden als de Jongens, zoo-zou ten allen tyden meer vant Mannelyk als vant Vrouwelyk geilagt incleeven gevonden worden ; maar om dat het merkelyk verscheelt, dat de V rcu-welyke zoort langer leeft als de Mannelyke , zoo volgt genoegzaam, dat op demeeste Plaatzen , of doorgaans, als men beide de Sexen telde, dat daar meervan de Vrouwe!yke zoort zouden gevonden worden als van de Mannelyke,ten zy op een geheel klein Dorp, een buicengewoone sterfte ander de Vrou-welykegeweest was. Geleerde Mannen hebben geoordeeld, dat het getal dtrJongens ,t welk boven dat van de Meisjens gebooren word , diende tot denOorlog, de Zeevaart, en reizen buitens Lands (b) ; maar dit gevoelen kangeen plaats hebben ; want de geen die van de Mannelyke zoort meerder

gebooren worden , zyn meerendeels in één Jaar tyd al gestorven, en op de.Ouderdom van 10 Jaaren schynt, int algemeen, het getal der Meisjens datvan de Jongens al te overtreffen. Int Jaar 1674, in de 2de Maand, wierd,op uitdrukkelyk bevel van de Keizer van Japan,t getal van al het Volk, als-ook van ieder Religie int byzonder, in de Stad Miaco opgenomen , en men.vond daar 405643 Menfchen , waar onder 182070 van de Mannelyke, en223573 van de Vrouwelyke zoort ; dog den Dairo , met zyn Vrouwen , enverder Hofgezin , wierden damt niet onder gerekent (c) ; zoo dat het getal,der Vrouwen , na maate vant geheele Volk', hier nog meer is, als men in.Bononien gevonden heeft (d).

Om te weet en, hoe de proportie is tusschen de Mannelyke en Vrouwelykein de warme Lugtstreeken , zou , indien iets naders bekend' was , eenigzins-kannen dienen, de Volktellingen , die ín Indien opzommige plaatzen gedaanworden: by voorbeeld, in deLandvoogdy van Amboina , zyn int Jaar 1690,geteld, zoo wel de Dienaaren van de Oostindifche Compagnie, (die een getalvan 950 uitmaakten ,) als de Amboineezen, en andere Natiën , en gevonden22231 Mansperzoonen , de Vrouwen en Kinderen waren te zaamen - 55989 ( 0 »-uit andere Plaatzen van den zelfden Schryver, schynt het, dat men door de

Mans-

00 -drbutbnott in Engeifche Transactiën, Num. 328 , pag. 189. Nieuwentyd regt gebruik,der Wereld beschouwingen, pag. 307. Derham Godgeleerde Natuurkunde, pag. 193 in deAantekeningen.

(c) De Beschryving van Japan, door Engelbert Kxmpfer , pag. 140, Aalst. 17 - 9 .

(d) Pag. 34 V 00 rtUrttyn Beschryving van Amboina, pag. 270.