Geheele
jonge
Kinde-
ren.
382 Aanhangsel op de Gissingen over den Staat van het
booren 922 Jongens, en 885 Meisjens ; van deeze zyn in ’t zelfde Jaar vanhaar geboorte gestorven 309 Jongens, en 240 Meisjens : indien dit doorgaanszoo gebeurde , dan zou in een plaats, daar van den isten January tot den laat-ster» December gebooren wierden 922 Jongens, en 885 Meisjens, alle dagennagenoeg evenveel, ten e'nde van ’t jaar reets 309 Jongens, en 240 Meis-jens gestorven zyn. Na de Ouderdom van een Jaar worden de Kinderen veelvaster van leeven ; in 79 Jaaren, van ’t jaar 1654 tot het Jaar 1732, zyngebooren 810 Jongens, en 795 Meisjens, daar van zyn, beneden de Ouder-dom van één Jaar, gestorven 337 Jongens, en 262 Meisjens; tusschen deOnderdona van 1 en 2 Jaaren, 26 Jongens, en 25 Meisjens; tusschen 2 en 3Jaaren, 24 Jongens, en 14 Meisjens; tusschen 3 en 4 Jaaren , 10 Jongens,en 10 Meisjens ; tusschen 4 en 5 Jaaren , 6 Jongens, en 7 Meisjens ; tusschen5 en 6 Jaaren, 4 Jongens, en 6 Meisjens, zoo dat van de Jongens, benedende 6 Jaaren, de helft, en van de Meisjens, beneden die Ouderdom, 41 tenhonderd gestorven zyn : na één Jaar Ouderdom, van wegens de kleine getallen,komen de Propomen , tusschen de jongens en de Meisjens, zoo geschikt nietals op de groote getallen ; maar als ik neem de geboorne , van ’t begin desJaars 1Ó54, tot het einde van ’t Jaar 172 Z , zynde 801 Jongens, en 785 Meis-jens; van de Jongens zyn beneden de 10 Jaaren gestorven 415 , en van deMeisjens 345 , dat is van de Jongens 52 , en van de Meisjens 44 ten honderd;
dog om dat in de laatste Jaaren meer buitengewoone ilerftens geweest zyn alsin de eerste, zgö reeken ik, dat van ’t begin des Jaars 1657 tot het einde desJaars 1706, dat is in50 Jaaren tyd, gebooren zyn 529 Jongens, en539Meis-jens , daar van zyn beneden één Jaar Ouderdom gestorven 204 Jongens, en157 Meisjens; tusschen i en 2 Jaaren, 16Jongens, en 19 Meisjens; tusschen2 en 3 Jaaren, 17 Jongens, en n Meisjens; tusschen 3 en 4 Jaaren, ö Jon-gens, en 8 Meisjens; tusschen 4 en 5 Jaaren, 3 Jongens, en 5Meisjens; van5 tot 6 jaaren, 3 Jongens, en 4 Meisjens ; zoo dat van de Jongens onder ieder100, beneden de 6 Jaaren, 47, en van de Meisjens 38 gestorven zyn; 264Jongens en 221 Meisjens zyn beneden de Ouderdom van io jaaren gestorven,dat is van de Jongens de helft, en van de Meisjens 4» ten honderd. In Duits-land zyn 12631 Kinderen , beneden de 10 Jaaren Ouderdom , gestorven, waaronder telkens 50 Jongens tegen 43 Meisjens zyn geweest (r); zoo dat men ditzou kunnen behouden, om dat het op een grooter getal gevonden is, ten zydat men wilde , dat in ons Land de proportie een weinig anders was als inDuitsland.
Ten opzigt van de geheele jonge Kinderen , zoo vind ik , dat van ’t Jaar1657 rot het einde van’t Jaar 1738, leevendig gebooren zyn 878 Jongens, en853 Meisjens; van de Jongens zyn 163, en van de Meisjens 132 niet ouderals een Maand geworden : onder dezelve hebben 51 Jongens, en 4 2 Meisjensniet langer als een weekgeleest; en onder deeze iaatste wederom 32 Jongens,
en
(0 Zie pag> 338.