VOOR-REEDEN.
An alle Tijden hebben de Rad-wate-ren geen geringe Verwondering ver-oorsaakt. Nergens heeft de Natuurwonderbaarlijker gespeeld: En om dat-se d’ongeneeslijke Siektens en Kwalen, die doorgeene andere Genees-Middelen waren te helpen,te heelen of te geneeien, genafen: So hebbende oude Heidenen defelve hunne Goden en Godin-nen toegewijd : Als de Qalderianas aan ^funo ; de Clujt-nas aan /Esculaap-, de Albulas aan Hyegia ; de Bourbonsaan Mamona ; de Granias aan Apol , en weer ande-re aan Jupi]n , &c. Ook hebbenfe de Christenen deHeiligen en aan groote Mannen toegedicht, en daaraan Namen gegeven : Als inHongarijen aan S. Ula -dijlaus ; in Italien aan S. Maria , S 1 . Helena , S. Cajjiaan ;in Vrankrijk de Aquas Sextias , van Ca jus Sextius-, deNerias van Nero ; in Duitsland de Granias van Gra-nius ; in Bohemen de Carolinas van Keifer Carelgebynaamt. In defelve hebben Ariftoteles en Vliniuswat wonderdadigs gestelt : Den Dichter Martiaalheeftfe desoete Gaven der Natuur -, andere Heidenende helpende Handen der Goden : de Genees-Meesters,alsLangius , heilige Gods Gaven ; Andernach en Savonarolahebbenfe Heiligdommen genaamt. Den feer GeleerdenSolenander verheftie boven alle andere Minerale Wa-
* * te-