Hollandse PRÖEV. van het Bad'< W te Aken.veranderende(tenaansien der Loog-Souten)aan;maarook door het uitgerookte Water het Loog-bout inden Grond latende, werd fulks genoegfaam bekend.
Dader een Middelstag van bout in de Baden ge-vonden werd , merkt men uit d’Ontdoening van’t Silver, Lood-Suiker en Wijn-Steen-bout, diealle Melk-wit werden.
Dat de Baden geen vlug 8out in fich hebben,toond de Helderheid , ionder eenige merkelijkeMelkachtigheid, na dat ook de gesublimeerde Quikdaar in is ontdaan.
Dader eenige Saur achtigheid in ’t Bad-Water is,fulks bewijst bonne-klaar d’Ontdoening des Zwa-vels, die niet anders is als uitgebreide takachtigeDeeltjens, met deer veel vlug Suur doordrongen :Daar van siet men een dubbeld Sout, namelijk,een Suur en een Loog; daar uit ontstaande, omdat de aan Krachten onvolkome Souten sich onder-ling niet konnen t’onderbrengen, fo behoudeniehaare Kracht, en maken met het tegenstrijdige haarontmoetende Sout een Opfieding : Uit deeiè Oor-l'aak bruisten de Bad-Waters met Sout van Wijn-steen, en den iuuren Salpeter Geest op.
Deeie sijn nu welke dat wy voor tegenwoordighebben willen bybrengen. Wanneer dat nu iemanddeese leer ingewikkelde Stoffe verder begeerd na tespeuren, dien willen wy leer gaarne de Eere daarvan overlaten. Vook-