3% 1 V.HwsdJl. BESCHRYVING
Het IV. HOOFDSTUK.
Van den Oorsprong der 'warmte van deBaden .
Dadelijkebitte derBramen.
O Nder vele wonderen, die men in en by de Ba-den vind, hebben sich toe noch toe alle groteen de wijste Mannen heiig gehouden en gekwek» dedadelijke warmte en hitte (calor aÏÏualis) der Fon-teinen, die men so openbaar en handtastelijk in de-le uit den aart en natuur springende Wateren onder-vind. Naaulijks so werden 'er van eenige anderesaak so verschillende Gevoelens en Twijdelingen ge-vonden.
Wat is’er doch wonderbaarlijker, onder alle dewerken der Natuur, als dele warmte van het uit dekoude Aarde, regens den aart van dit Element, on-ophoudentlijk springend Water?
Alle komen iy daar in overeen, dat dese hitte enwarmte niet van de natuur des Waters komt, maarvan elders moet gehaast en gebragt werden. Het saldaarom noodsaaklijk sijn, d'oorsaken daar van watomstandiger en breedsprakelijker te ondersoeken.
De Ouden, welke dat in de Aarde geen oorsaakdeser warmte konnen vinden, hebben hun uitvluchtgenomen en gesogt by een algemeenc, namelijk, eenhemelse warmte -, cn onder dese, insonderheid dePhilosophen of Wijsgeren Qleantes Chrysippus >Thermophilus j Gc. die dan voornamentlijk sulks deNoch ook Son toeschrijven , daar nochtans de Son naaulijks
niet van
de Son. verwarmen.
Komt nietvan denaart desWaters.
met hare stralen on ie Huilen kan doordringen cn die
wy