Buch 
Beschryving ...van de ... Krooningstad Aken : mitsgaders van alle desselfs Fonteinen, en minerale Wateren en Baden...
Seite
35
JPEG-Download
 

tAsr de STAD AKEN, etc. Z5

ters sulks konnen beletten en tegenhouden ? Ja sou-de niet de gewoonlijke Sout- en Brakachtigheid, diemen gewoonlijk in de Baden vind, iulks konnen be-letten en verhinderen ?

Wederom andere fijn van gevoelen, dat de natuur- Noch vanlijke warmte der Aarde, of de warme DampenUitwasemingen de hitte der Baden veroorfaken ; wíl-^lende dit ook daar uit proberen, om dat de Gravers,'*^-in de Kuilen en Mijnen der Metalen en Bergstoffen,eenige warmte in deíelve bevinden -, dat ook de plaat-sen onder d’ Aarde by Winrer-tijd warm werden, endat als dan ook de Bronnen, Putten en Fonteinenmeer warmte aan sich trekken.

Doch hier strijd tegen, dat, of schoon de Mine-ralen en Metalen een kleine warmte toebrengen, ookdat diergelijk in derselver Groeven gevonden werd,sy daar nochtans de grote hitte der Baden niet ver-oorsaken, noch ook onderhouden konrçen. Daar-en-boven moesten dan ook op dese wijle vele Fon-teinen, daar ook geen Mineralen of Bergstoffen fijn,gestadig warm fíjn : Want dese hitte der Aarde iswijd verspreid. Ik zwijge noch, dat dese warmtedoor de koude van ’t Water lichtlijk kan verswaktwerden.

Dat de Fonteinen des Winters niet so koud sijn,en daarom laauw schijnen, is genoegsaam by de Wijs-geren bekend, dat sulks door een Tegen -drang (perantiperifiafis') , of van wegens de grote omstaande,en d’Aarde boven-toestuitende, koude geschied.

Andere schrijven de oorsaak deser hitte aan de Ge- Noch ooksting ( Fermentation toe, gelijk als men bespeurd^aan den Wijn, het Bier en dergelijke. Doch hoe>^àkan men sich inbeelden, dat een so grote bestendigen.

E L hitte