van de STAD AKEN, E,c. 41
Bloem des Sours, gelijk als hier na la! gefegt wer-den , maar gants geen Pek of Zwavel.
Voorts houden wy het met de waarheid niet over-eenkomstig, dat het Bitumineuse , dat is, Pekach ti-ge of Steenkoolachtige onder 't water soude konnenbranden. Veel eer sel dele aangestoken Stoffe alleen Oei /» tthet buitenste deel des waters aanroeren ,en daar doorniet uitgedooft werden ; maar hier van kan so een me- jfrìjfi'âcs 'nigte waters, gelijk als hier is, so seer niet heet g e-Fmrs.maakt werden. Ik swijge,dat de gestadige eenparig-heid der warme Baden, door het ontsteken deler Lr.tumens , niet also soude konnen onderhouden wer-den.
Noch andere meer vermaarde volgen wederom A-rifloteles j in 't Boek van de Eigenfih. der Element,de xxiv. Verd. het 18. Voorfiel 3 in 't i.B. derVer-hevel. schrij vende d’oorsaak van de dadelijke hitteen.warmte toe aan den Zwavel, dewelken, so alsBac-cïus meent, in'ti.B. van de Baden het 19. Hoofdjl.het onderaardse Vuur by uitstek is toegeëigenc.
Dcse Leere is seer vermaard en gemeen, dewelkederselver Voorvechters, met vele leer schrandere enscherpsinnige Sluit-redenen, trachten te bewijsen enstaande te houden. Als namelijk, dat niets onder deuit der Aarden gegraven dingen rasser den vlam aan fichtrekt, en langer onderhoud , als juist den Swavel jwederom, dat men in de Baden ogenschijnlijk liet,en aan den reuk en smaak den Swavel verneemt, enhet sclve steeds nieuw in d’Aarde wast, en fich ver-spreid en verdeelt.
Na dat sy dit nu also hebben vastgesteld, so sijnseechter noch verlegen om de plaats en de wijle derverwarming: Moest nu den aangestoken Zwavel on-
F der