i% VI .Hoofdjî. BESCHRYVING
Sy hebben geen Slijk, ook fo blijft’er niets merk'lijks in de hoeken hangen of aankleven, gelijk alsgeschied in de Keifers en Burfcheider Baaden, syovertreffen de Keiierfle en die van 'c Spaa in ’t ge-wicht. De Keiierfle en de Spaafche fijn evenswaar.
Zwavel. Alle dele Bronnen en Fonteinen, so van S. Cor -nel'ts j Rofen-Bad j en het Comphuifer rieken sterkna den Zwavel ; ook hebbenfe dien ín sich ontdaanen vermengt; ook istè in dele, gelijk als ook in deKeiferflè fo Fijn en doordringend, dat fe in het Distil-leren (hoewel dat ook de Werktuigen voorfien en ver-forgt fijn) nochtans weg-vliegen; ja ook m ’t koutwerden vervliegt het door wel bestoten en gestopte dub-belde glaafeFlessen, fo dat metser niet een eenig Greint-je van kan proeven, noch vinden. ík verwonder myderhalven feer hooglijk dat den Hoog - GeleerdenAb Heers Spadrene het 5. Hoofdft. verhaalt, dat hymet fijne Gefellen delen Zwavel met hoopen heeftgesien.
Miflchien is hem in 't distileeren deser Bad-Wate-teren het selve gebeurd, dat ook aan ons is wederva-ren ; dat namelijk eenig vuil of stijk van andere din-gen in den Kolf of Distilleer-Ketel heeft gehangen,dat hy voor Zwavel fal hebben aangesien. Ook fokan hy licht eenig vloeibaar Bad-Sout voor Swavelhebben gehouden. Dit Bad-Sout vloeit door eensterke smelting,en verkrijgt en herbaard (régénérât,)door het Vuur een nieuwen Zwavel, dat (onder ee-nige twijffel uit den Reuk, den Smaak en het Ge-licht is te erkennen.
Bloemen Zie wat wy hier onder van de eigenschappenvan Zwu’ stjl}g n stggen. In dele Fonteinen hecht sich geen
nut-