van dB STAD AKEN, ètc. 109
de, Vochtigheid en Droogte,in de dadelijke C A5tua-les ) en vermogende j, dat fijn die geene, dewelke,hoewelse deese Etgenlchappen niet werklijk, of met’er daad in sich hebben, nochtans diergelijke Uit-werkingen veroorsaken.
Deefe Vermogende, of de Kracht hebbende, (‘Po-tentielles) lijn met haar Onderwerp, of het geen daarsein lijn, loodanig vereenigd, datse daar van nietverdeeld werden ; ten waare, dat het Onderwerp selfswierd weg genomen ; daar-en-tegen konnen de da-delijke lichtelijk van hunne Onderwerpen ofWefent-lijkheden, waar in sy lijn, afgeweert en vernietigdwerden; want deese komen niet van den Aart desOnderwerps, maar lijn gelijk als geleent en vreemd.Men neem cens een Voorbeeld van’r Water selfs: Dewarmte des Waters verliest sich lichtelijk} ook scheidsevan selfs van r c Water; hier tegens kan de Koudma-kende Kracht van de Natuur des Waters niet werdengescheiden , so lang als’t Water isj want altijd soekthet de Hitte te verdrijven , en de Koude aan te bren-gen; ook doet het sulks met’er daad, by aldien datìr niets van buiten by komt, dat meer verhit.
Luiks bevinden wy ook aan onse Magen : Want alswy iets koels of kouds tot ons neemen, fo werd datgeene door de natuurlijke Warmte van de Maag , metVerdrijving der dadelijke Koude laauw : Maar diedadelijk of werkelijk Warm fijn, verliesen haare ove-rige Warmte, en raken tot dien Staat, datse de Maagniet beledigen ; ten ware dan, dat de Hitte al te grootwas.
Het Water is ons het best bekend, als mede des-felfs Aart en Eigenschappen. Dit is den Ontfangeren Vasthouder der daaronder vermengde Metalen,
O z Mi-