van de STAD AKEN, etc. I2.Z
maar van de Verdeeling of de Ontdoening, die vande Kracht des fuuren Saps ontstaat.
Op het 4. Op dat den eenen Graadbovcn den ande-ren soude een Uitstrekking hebben, fo werden’er twee^„»^ ^faken vereist,om de warmte groter te maken: 1. Dat^^r-den eersten Graad daar den tweeden bykomt, blijft, ehoor *of iich niet verliest. 2.. Dat den nieu-aankomendeGraad krachtig genoeg sy, om een Uitstrekking, ofVergrooting van Kracht te maaken. Welke tweeConditiën in ons voorgesteld Geval ontbreken : Want,gelijk als wy tonen, fo tal de dadelijke Warmte vanhet Bad-Water, door de natuurlijke en ingeworteldeKoude des Waters ook m de Maag selfs blijven ; kanook daar van met onderhouden , en noch mindervermeerdert werden} want niemant kan geeven, dathy niet heeft: De Maag, gelijk nu bewefen is, heeft
fo groote warmte niet} hoe fal dan de mindere warm-te de nu vertrekkende grooter warmte mogen onder-houden? Voorwaar wijl dat des Maags warmte klein,tegen die in 't heete Water is, falie ook deefe nietgrooter konnen maaken. Dcrhalven fo set de Maaghet warme Water geen warmte by , maar veel meerwerdfe van de Hitte des Waters by haare warmte be-houden } niet meer doet de Maag, als datse na ’t af-neemen van de groote Hitte het Water in een gema-tigde laaute houd, gelijkte aan de koud ingenoomenemededeelt} en gelijk als wy bevinden, dat het met dewarm genuttigde, en met braken uitgeworpe Sappenen Natten is ge stelt. Maar hier door kan de Levernoit schade lijden.
Alle de Genees-Konst-Oeffenaars plegen om degroote Hitte der Lever te verbeteren, Sopjens voor teschrijven, die werklijk warm fijn, en verkoelende
Krach-