i 3 o X. HoofdJ}. BESCHRYVING
my met betere gegronde Redenen kan overtuigen,ib wil ik met halstarrig tcgeniprecken.
Dat wy in Natuurlijke Suken steeds moeten twijf-felen, iulks toont deLcer-wijs ÇMethodus') van Rei-nier Cartez aan. Hec Aanlien en Gelach van an-dere Geleerde Mannen eere ik na behooreu, en hou-dete, als Seneca legt, voor Leiders maar niet voorHeeren. Het sijn Slaaven, die in een anders woor-den iweeren. Ik geloof Rieter en Jacob met in datseleggen , maar datse bewijsen en toonen : Gelijk alsik, lbo konnen ook andere dwaalen: En als nu an-dere dwaalden, souden wyse dan ook moeten na-volgen? Hec is den Aart van 't onvernuftig Vee, deVoor-aan-gaande, en niet daar men gaan moet, maardaar men gaat, te volgen.
Gemeen Derhalven dan, om dat veele gesegt hebben , enGevoelen als noch seggen, dat deese Akense Bad-Wateren eenvan de xvarm-maakende Kracht hebben, is het daarom metkende als onwederlpreeklijk aan te neemen, en wat er vanKracht des andere Baden mislchien onwaarachtig is geichreven,Bad-iVa- moeten wymede juist niet geloven. Sy mogen geweestsijn, en oo< als noch sijn’er Geleerde en SchrandereMannen, soo hebben te doch egter konnen dwaalen.
Eer en vooraf datse hun Gevoelen hebben geúit,hebben ly de Wateren door tocht en geéxamineert .*Sy gelieven dan aan ons mede om teonderioeken ,enonse meining daar over te seggen, over te laaten.
Het sijn noch deselve Akense Wateren , en deWaarheid is noch lodanig niet ontdekt, datte nietbeter van ons toude konnen gevonden werden. DeVrijheid om te Redenkavelen, of de Natuurlijke Din-gen na te speuren , willen wy ons van andere niet
la-