van de STAD AKEN, etc. 137
ken, dat het van sich selfs koude Water noch haasti-ger en meer soude verkoelen. En lulks wel indienniet eigenthjk door hch sclven, als die geene willen,dewelke dat meinen, dat denZwavel-Geest koud is;maar ten minsten by Toeval, namelijk, mitsdien deZwavel-Geest, als ook die des Souts, leer fijn endoordringend lijnde, snellijk d’Ingewanden door-dringen , en de mede - gesteepte koude Vochtigheidmet haar neemenj waar door dan gelctned, datdee-se meer doordringen en verkoelen.
Siet, soo hebben wy nuhetZwavel-Vuur tot Wa-ter, en deslèlfs vervaarlijke Hitte, door verstandigeRedeneeringen te niet gemaakt, en alioo geheel op-gelost: Het is van nooden, datse nu andere Vuurenslooken ; doch sodamge, die in ’t Water branden.
Maar dewijl dat dus lang geen Ooriaak van fodanigeWarmte is te vinden geweest ; willen wy op ’t laatstsien, of-die misschien in ’t Bad-Sout steekt, waar indat d’eenige Uitvlucht bestaat : Want d’Afverwin-gen ( 'TinÏÏnra ) des Kopers j Galmei t &c. konnengeen Warmte of Koude gevoeliger Wijs indrukken :
So moetense dan aanstonds leggen, dat de Bad-Sou- Of betten d’allerheetste fijn, hoewel datse leer wel weeten , BadSo ^dat veele andere dingen heeter fijn, als het Sout. warm ' '
Van de Schrijvers werd het Zee-Sout warm in dentweeden Graad gehouden ; het sy mede alioo (daar’t nochtans niet is} met het Bad-Sout : Doch deefeWarmte is leer verdacht, overmits dat die geene,welke dat schrijven, dat het Sout warm is, in hun-ne Leere nier bestendig fijn } en het Aardachtig,("wijl’t meer uit Aarde als Sout bestaat} noemen : Nu soois de Aarde koud, Ten anderen, soo wederstaat dítSout het Aansteeken : Waarom dat het swaareHout,
S met