van de STAD AKEN, etc; ÍZ9
ken werden ? ’t Sy ook, dat de Soute Dingen ver- Het Soutwannen, wat sal ’c dan weien ? Sullen dan, díeWater drinken sich alleen met Sout opvullen? Hoe^n».veel Bad*Sout denkense, dat sich in een Kan rtkensBadWater, die z Medicinale Ponden houd, bevind?
ÍN iet genoeg is 't, dat men 't Bad-Sout by ’t Hoofdgrijpt s men moet oik de Trof ortie met het Waterbedenken : Want gelijk als wy boven hebben ver-maant, en nu noch weer te binnen brengen, indieniets warms in een geringe Quant iteìt j met veel Wa-ters werd vermengt, faï in dit Mengièl de Kracht derWarmte van de meenigte des Waters, en door fijnetegenstrijdige Eigenlchappen werden gebroken: Sijn-de beide, namelijk, het Water en de Warmte evensterk , soo lal'er een middelmaatige, noch warmenoch koude Gematigcheid uit volgen ; maar wanneerde Warmte in Vermogen het Water sal overwinnen,so sal desselfs Koude van sterker Warmte verdrevenwerden.
Maar wat is’er nu voor een Trof ortie tuslèn hetSout, regens een Mingelen Water van 3 MedicinalePonden ? Souden sy wel derven spreeken van Hand-vollen, van Ponden, van Oneen ? Sullense so ver-moeten niet fijn ? Latense dan d’Ondervinding re baatneemen , die wy in ’t Begin van dit Hoofd-jiuk heb-ben bv Gebrachti alwaar wy hebben gesegt, hoe veelMineraal Bad-Souc dat men in een Kan of Mingelenvind. Gesteld dan, dat in ieder Mingelen Bad- Wa- Men moetter (van andere Souten, soose daar mogten in fijn, de Própor?willen wy niet spreeken) fijn 4 Scrupefen , in eenOnce i Greinen> dan soude ik geerne wceten, ofso bet If r ateveen gering Deeltje van’c Bad-Sou t, regens’t Water ge- betrachten,
S % re'