Der Ti'
jrer/Jbreekerels On-dervindt»-pe^ aiede's-
k&'i
Ï 4 x X. Hoofdst. BESCHRYVING
welen ; otn welken re mogen aantonen, eenige ver-maarde Onrleders dus lang gehoopt hebben.
Derhalven of deeie weg van de Maag gaat na deNieren, of door de Zweec-gaatjens der Viieièn, ofdoor hetMidden-Gedarmte een Buisje na de Blaas is,of ook door eenige anderen Doorgang der Ingewan-den, die ons noch onbekent is, of dat men deeièSaak laat voor’tgeense is, so bewijsen doch klaarlijkeen sodanigen weg het moejelijk uitwateren van Looden Hagel, die met het Vlees van Halen of Mollen wasgegeeten : Dat het eerst van ons tcSpaj in onièGe-nees-Konst-Oeffening is gesten; en ik het noch censdaar na, uit een Brief van den Geleerden Doötor Bor-rich uit Qoppenhagen heb vernomen : Want het was an-ders onmogelijk, dat deeiè LoodeBolletjens de Ade-len en Slag-Aderen konden doordringen. Wanneerdat’er dan so een weg is gesteld, ioo hebben \vy deLever overvloedig van de Hitte bevrijd, en d'Inspra-ken onierTegenpartijders te niet gemaakt.
Sy moeten dan van de door hun vast gestelde Hit-te dcri.ever en Ingewanden een andere Oorfaak gee-ven. Sullen iy nu noch van den Zwavel en de Bad-Souten durven qualijk spreeken? Soo moetenie, ofdaar van een grooter Menigte aantoonen, of andereRedenen voortbrengen, of nalaten, om het Gemeendoor hunne gewaande Lcver-Hitte af te Ichnkken.
Hen lijn noch eenige Ondervindingen over, waarmede sy ons meinen te bestrijden, en om ver te smij-ten.
Sy (eggen, datse ondervonden hebben, hoe dat vanher Water drinken de meeste leer verhit, en datse alsmet b weet overgoten werden, Lee. Doch lullen hun-ne Bevindingen meet gelden ais ontallijke anderen, en
noch