ï 7 cr XIII .HoofdJÎ. BESCHRYVING
deHonds-Dagen niet hinderlijk: Want in deesekanmen het Waterkoud, gelijk als deSuur-bronnen ,diesy in Kracht gelijk fijn, gebruiken. Ook hindertselfs de Winter niet, als het de nood vereist: Wantten allen Tijden hebben deefe Wateren een eenparigeKracht.
Beter en krachtiger werdense uit de Bron selfs ge-dronken ; infonderheid d'onse, dewelke dat ook maarin nabuurige Huisen gebracht, aanstonds haare vVarm-te en Smaak veranderen. Wanneer datfe verder bui-ten de Stad werden versonden, verhelen sy gemeenlijkden Zwavelachtigen Reuk en Smaak. Daarom is hetraadsaamst, dat men in Persoon de Bronnen be-foekc.
Eenmaal daags met een leege Maag werden deeseWateren gedronken -, waar toe den besten Tijd is’s Morgens na Sonnen Opgang, om 6ot 7 uuren. Ookso moet het Water niet te schielijk op eenmaal testens,maar langsaam en met verschelde Teugjens werdengedronken, en daar tusten eenig Suiker-werk van A-nijs- of Kar wei-Saat , of van Citroen- of van Oranje-Schellen, op dat het Water de Maag niet overladen,noch tot braaken soude noodfaaken, genuttigt wer-den : Want al wat langsaam geschied ■> geschied Je-ker, kgtHippocr. 4 ph. 51. Seét. 2.. Sy mogen ooktullen ieder Dronk gemaklijk wandelen; doch son-der te sweeten, op dat de Wateren dies te beter mo-gen verdeelt werden, het binnenste doordringen,endies te rasser haare Werkingen doen.
Van een weinig moeten sy beginnen, en haast tot30 en 40Oneen opstijgen, tot darse binnen twee ofdrie dagen tot omtrent de 100 Oneen geraken j bydeefe Quantiteit mogen sy op ’t goedvinden vanhaa-
ren