Heup- Jïchr.
Hirre der Bronnen. 32119
-— komt niet van den Aart desWaters , noch van de Son. 32
— noch van Dampen. 3 3
——. noch van meerder Beweeging.
ibid.
— noch van onderaardse Kalk-bergen 34
— noch uit onderaardse Verrot-
tingen. ibid.
.— no<h van de warme Dampender Aa de. 3f
.- dadehjke , ontftaat niet van 't
onderaardse Puur 39
— waarachtig Gevoelen , waarvansy ontflaat in de Bad-Waters.
si
—— medehelpende Oorsaak tot deHitte. f4
-- sonder Vuur. ibid. ff
Hollands Heer fijnGevoelen van deHitte deeser Wateren. f 2
Hoofd-Ooriaken aller Siekten.160
BLAD-WYSER
188.196.198
J
I.
Fukten.
Jicht en Graveel .
K.
188
W
K A rel de Groot, Keiser. 2
- vernieuwt de Stad Aken. 3
-- bouwd de heerlijke Kerk en Pa-leis. ibid.
- sticht een Benediftiner Klooster.
4
Karei stjn grooten Aandagt. 4
- dejselfs Beeldnis in Koper. 7
- fijn Graf. 1 z
- fijn Koninklijken firoon in de
Kerk. 14
- gebruikt dikwils het Keisers
Bad. 3
Keiler Otto's Graf. 13
- Fredrik I. jz
- - geeft de Kroon in de Kerk.
ibid.
-- Bads Gelegentheid. f8
- - Nemen. fp
- - Gebouw. fP
—— - deJselfsBronBefchrijving.
ibid.
- Grootte, Koleur en Aart
deeser Baden. 60
- - Deugd en Kracht dersel-
ve. ibid.
- ís ook goed om te drinken, xo o
Kerk van onse L. Vrouw t'Aken. 3
- haar Heerlijkheid.
Klein-Bad.
Ivnie’s Stijvigheid.
Kolijk en Lammigheid.
Koortsen langduurige.
Koper Aangestcht.
Koppen.
Koude Pis.
Kramp gene esen.
1 l6z
i8f
ip?
ZOl.ZOZ
210
P6
210
194
L.
L Ammen.
- Arm.
Lammigheid.
Lasteraas veracht.
Ledematen, de swakke hsorgt. 97
Len
1 9 ( 5 .198I90
189, ipp99