dere Gelederen te pMrdt, alsdan word verdergeçêmmandeert , aan het ag-terfle Geltt , het veels k hun-ne Snaphanen Representeertheest.
r«3*)
na ucc agiucii^
Reghts omktfl
Geeft agtinge.
Hoogh de Snsp^ 3
NB.
Wanneer het aghterfle Ge-ilt de Snaphaan op Schou-der gehangen heeft 1 foo gaan
Vat de Cordon-Hanght deSnap hJJ
se na hare Paarden , val- «je schouder.len in het marcheeren van^
heyde fydcn af, en soa dra Marfêb.
fy opgejeten ftsn, nemen seevenals de tweevoetige Ge-lederen eock den Deegen inde handt.
Volght bet manmaal vaar de Drdgod ^ 1
1. De reghter handt aan de Snaphaan.
2. Hoogh de Snaphaan.
z. Bejegent de Snaphaan met de lineker * ia
4. Spand den Haan.
,Legh aan.
6 . Geeft vuur.
7. Set af. ,
5. Swenckt de Snaphaan op u lineker zj'“ e '
9. Treckt de Bajonet uyt.
10. De Bajonet in de Loop.
11. Presenteert de Bajonet. ’
12. Velt [de Bajonet.
rz. Stoot/uyt de Bajonet. V 1
14- Swenckt de Bajonet aan dc zyde vâ st
gen.
15. Trekt uyt dc Bajonet.