Buch 
Een Twintigjarig Jubileum : eene studie / door G. L. Zwartendijk, Secretaris-Penningmeester der Vereeiging "Rotterdamsche Gezondheidskoloniën" te Rotterdam
Entstehung
Seite
11
JPEG-Download
 

overtuiging, dat ik hen, die ik er toe overhaal iets goeds te doen,daarmede persoonlijk iets goeds bewijs, omdat ik hen in de hoogstevreugde des levens doe deelen, en hen in de gelegenheid stel, hunnenmedemenschen tot een zegen te zijn. Ten slotte was de liefde voorde arme kinderen en de vreugde hun een weldaad te bewijzen tochveel grooter en machtiger, dan de zorg, de angst en de schuwheidanderen lastig te vallen.

Van de 4436 kinderen, die wij uit Zürich in de Koloniën ver-zorgden is er niet één, gedurende dien tijd gestorven en kondenwij hen allen bijna zonder uitzondering gesterkt naar lichaam engeest aan hunne ouders teruggeven.

Goede menschen hebben mij altijd met hunne liefdegaven ge-steund. Toen ik bij den aanvang mijne rekening over de eersteKoloniën in het Dagblad publiceerde, met een te kort van ƒ 600.,dat mij zwaar gevallen zou zijn om zelf te dragen, zond denzelfdendag een menschenvriend mij de ontbrekende som toe, vergezeldvan eenige vriendelijke woorden. Trouwe, offervaardige mannenen vrouwen verzorgden geheel belangeloos de kinderen gedurendehun verblijf in de Koloniën en voortreffelijke doctoren stonden onsmet raad en daad ter zijde. Toen de Koloniën zulk een uitbreidinggekregen hadden, dat het mij onmogelijk werd evenals vroeger zelf deadministratie te voeren, namen mannen van zaken dien arbeid vanmij over en werkten daardoor krachtig mede, om de ondernemingnog beter te doen slagen. De ondervinding van al die jaren heeftmij voor alle zelfverheffing bewaard. Ik ben tot de overtuiginggekomen, dat geen mensch alleen in staat is een goed werk totstand te brengen, dat anderen het reeds hebben voorbereid, datalle omstandigheden moeten medewerken, dat wij de hulp en densteun noodig hebben van alle weldenkenden.

Wil ons werk waarlijk een goed werk worden, dan moeten wijons daarbij laten leiden door een Hoogere Macht, door de hoogstewijsheid en liefde ons laten besturen, zonder dat zullen onzepogingen ijdel zijn.

Als het u gaat als mij, dan waait ons uit dit ongekunsteldverhaal een verfrisscliende moreele koelte uit het Bergland tegen,