31
daarheen werden de kijkers gerigt. Bij de proef bleek, datmet den kijker van Huygens van 22 voeten dezelfde lettersleesbaar waren als met dien van d’ Espagnet van 35 voelen,ofschoon Huygens zelf erkent, dat ook de glazen van dezenuitmuntend bewerkt waren.
Na zich eenigen tijd te Parijs opgehouden te hebben,ging hij naar Londen met zijnen vader, werd daar benoemdtot lid der Royal Society en keerde weinige maanden laternogmaals naar Parijs terug. De jaren 166<i en 166a bragthij echter wederom te ’s Gravenhage door. Het schijnt, dat jhij het grootste gedeelte van dien tijd aan zijne slingeruur-werken besteed heeft. Dat hij er zich althans voortdurendmede bezig hield , getuigen zijne in dien tijd in het toenpas opgerigte en te Amsterdam verschijnende Journal desScavans 33 ) uitgegeven brieven.
Op het laatst van 1665 ontving hij echter eene uitnoo-diging, welke ten gevolge had, dat onze beroemde land-genoot voor verscheidene jaren zijn vaderland verliet en zichvoor goed te Parijs vestigde.
Reeds sedert 1638 bestond er te Parijs een gezelschaptot gemeenschappelijke beoefening der wis- en natuurkundigewetenschappen, eerst onder de leiding van P. Mersenne,later van de Montmor en van Thevenot. De zamenkomstenvan dit gezelschap werden bijgewoond door Gassendi, Des-cartes, Pascal, Fermat, Desargues, Hobbes, de Roberval,Boulliau, Frenicle, Petit, Auzout, Pecquet en anderen 3 ^).
In 1665, na den vrede der Pyreneën , besloot Colbert,—-de groote minister van eenen koning, die weinig aanspraakheeft op den naam van »den grooten,” hem door zijnevleijers geschonken, — kunsten en wetenschappen aan temoedigen en te bevorderen en bij stelde daartoe in de