32
eerste plaats aan Lodewijk XIV voor de voornaamste ge-leerden, die de wis- en natuurkundige wetenschappen be-oefenden, in één ligchaam te vereenigen. In het volgendejaar, 1666, kwam dit ligchaam tot stand, aanvankelijk zon-der bijzonderen naam, slechts aangeduid met dien vanV assemblee qui se tient d la Bibliothèque du Roy 3 5 ), weldraechter onderscheiden als V Académie royale des Sciences deParis. De nog levende wiskundige leden van het zoo evengenoemde gezelschap vormden de eerste kern der Akademie.Er werden aanvankelijk zeven leden benoemd, en een diereerste leden was onze Huygens. Later werden er ook an-dere leden, beoefenaars der scheikunde, ontleedkunde enz.,aan toegevoegd 3e ).
Dat Huygens de uitnoodiging ontving om deel te nemenaan het nieuw opgerigte wetenschappelijke ligchaam, kanniet verwonderen. Er was op dit oogenblik niemand inEuropa, die op het gebied der wis- en natuurkundige we-tenschappen eene grootere beroemdheid had dan hij. Galileien Descartes hadden het tooneel hunner werkzaamheid verlaten,de ster van Newton begon pas boven den horizon terijzen; de twintigjarige Leibnitz verliet juist de hoogeschool.Tusschen de namen van die groote mannen, elk op zichzelf de vertegenwoordiger van den toestand der beschavingen verlichting der natie, waartoe hij behoorde , plaatst zichde naam van den Nederlander Chrisliaan Huygens, toen inde volle kracht van den mannelijken leeftijd, den facileprinceps onder zijne tijdgenooten, dien een zijner toekom-stige medeleden 37 ) V incomparable noemde.
Maar hetgeen misschien wel eenige verwondering wekkenkan, is, dat Huygens die uitnoodiging aannam, nog meerechter dat hij, toen zes jaren later de vorst, van wien hij