Buch 
Christiaan Huygens in zijn Leven en Werken geschetst / door P. Harting
Entstehung
Seite
47
JPEG-Download
 

47

over den geheelen schat van kennis beschikken kon, diena Huygens verzameld is. Overigens zijn de punten, waar-van beide schrijvers in hun betoog uitgaan,' en de ganghunner redenering dezelfde. Beiden zetten als grondslag vanhun betoog de onwaarschijnlijkheid voorop, dat onze aarde,eene der kleinste Onder de hemelligchamen, de eenige woon-plaats van levende wezens in het heelal zoude zijn, en, diteenmaal aangenomen zijnde, trachten zij op grond van het-geen wij aangaande de physische gesteldheid der overige he-melligchamen weten, de vraag te beantwoorden: in hoeverremen met eenige waarschijnlijkheid besluiten mag, dat ertussehen de op die andere wereldbollen en op onze aardelevende wezens overeenstemming is en welke verschillen ernoodzakelijk moeten bestaan ?

Huygens was zich volkomen bewust, dat hij zich, bij hetzoeken naar een antwoord op die vraag, op een glibberigpad waagde. Ilerhaaldelijk waarschuwt hij zijne lezers, datwat hij daaromtrent zeggen kan, niets dan gissingen, jawelligl droomen zijn. Maar indien men zich plaatst op heteenige billijke standpunt, namelijk dat van de toenmaligekennis, dan kan men ook dit geschrift van onzen groolenlandgenoot niet lezen, zonder bewondering te gevoelen voorden schrijver, voor de scherpzinnigheid, waarmede hij partijweet te trekken van de weinige gegevens, die hem tendienste stonden, en voor den logischen redeneertrant, die,van gevolgtrekking tot gevolgtrekking voortgaande, slechtsweinig aan de willekeur der verbeelding overlaat.

Er zijn er geweest, die over dit geheele geschrift een af-keurend oordeel hebben uitgesproken, ja verklaard hebben,zich niet te kunnen begrijpen, hoe een man als Huygenshel geschreven heeft, tenzij welligt zijn geest door ouderdom

: ^ v 4 [ èSë^