48
verzwakt was. Ik deel dit gevoelen in geenen deele. Iluy-gens was, toen hij dit laatste werk opstelde, nog dezelfdeals toen hij de zonderlinge verschijnselen van de planeetSaturnus verklaarde. Zoowel voor het eene als voor hetandere was eene levendige verbeelding noodig en eene zeld-zame mate van combinatie-vermogen. Zonder deze gavenzoude Iluygens, — ja wel eenige ontdekkingen hebben kun-nen doen van zaken , die vóór hem nog onbekend waren, —maar om den ring van Saturnus in zijne gedachten te zien,om het slinger-uurwerk uit te vinden, de spiraalveer alsmiddel ter verbetering der zak-uurw erken uit te denken, dewetten der middelpuntvliedende kracht en der botsing tevinden , de afplatting der aarde te erkennen, de theorie derlichtverschijnselen op vaste grondslagen te vestigen, — daar-toe behoorde het oog der verbeelding, maar van eene ver-beelding steeds in toom gehouden door het scherp wikkenden wegend verstand, dat weet te onderscheiden tusschenhetgeen waar , waarschijnlijk , mogelijk of slechts denkbaar is.
Het eenige wat welligt zoude kunnen betwijfeld wordenis: of Iluygens den aan dit geschrift gewijden tijd niet opvruchtbaarder wijze voor de wetenschap zoude hebben kun-nen besteden. Zeker echter is het, dat het als wetenschap-pelijke arbeid verre staat boven de commentarien , die Newtonin zijnen ouderdom over den Apocalypsis schreef. Men kanbet den reeds bejaarden man ligt ten goede houden, datbij, die de wetenschap reeds met zoovele nieuwe feiten ,werktuigen en theorien verrijkt had , nu op het laatst vanzijn leven zich in bespiegelingen verdiept over vraagpunten,die hem gedurende zijn vroeger leven herhaaldelijk moetenhebben voor den geest gezweefd, evenals zij het ieder den-kend mensch doen.