55
7) Het is voorzeker, dit geschrift, waarop Descartes doelde ,toen hij op het einde van 1646 schreef: „II y a quelque tems„que le Professeur van Schooten m’envoya un écrit du second fils„de M. de Zuylichem, touchant une invention de Mathématique„qu’il avoit chercheé: et encore qu’il n’y eut pas trouvé tout-a-„fait son compte (ce qui n’étoit pas étrange pourcequ’il cherchoit„une chose qui n’a jamais pu être trouvée par personne) il s’y„étoit pris de tel biais que cela m’assure qu’il deviendra excellent„en cette Science.” Ik ontleen deze aanhaling aan van Swinden,Verhandeling over Iluggens ah uitvinder der slingeruurwerken ,Verh. v. h. Kon. Ned. Inst. eerste klasse, 1817, derde deel, bl.30 , noot.
8) Huygens had , althans op lateren leeftijd, eenen bepaaldenafkeer van' de politiek. Dit blijkt vooral uit eenen brief aanLeibnitz van den 17den September 1693. Deze had namelijk aanHuygens zijn voornemen medegedeeld , om eenen Codex juris gen-ti-um uit te geven, en de hulp van Huygens gevraagd, ten eindebijdragen daartoe van Nederlandsche staatslieden te verkrijgen.Deze antwoordde hem: „Le peu d’attraction et d’estime quej’ay„ per queste canzoni politieke , comme le P. Paolo les appelloit, me„tient hors de commerce pour tout ce qui les regarde, et je souffre„mesme avec peine qu’un esprit comme le vostre y emploie du„temps.”
9) De beide door Huygens voor die verhouding berekende ge-tallen verschilden eerst in de elfde decimaal.
10) Deze brief is geschreven aan Tacquet en in zijn geheelafgedrukt in Ann. 7 bij de rectorale redevoering van P. J. Uylen-broek, Ann. acad. , 1837—1838, p. 24.
11) Dit dien tijd dagteekent ook een brief van Huygens, welkeis opgenomen in Uylenbrock’s Christiani Jlugenii aliorumque seculiXVII virorum celebrium exercitationes mathematieae et philosopMcae ,ex manuscriptis in bibliotheca academiae Lugdano-batavae servatis ,Pasc. II, p. 5. Deze brief is van den lsten Januarij 1653 engerigt aan den heer de Vogelaar te Amsterdam; hij werd geschre-ven bij gelegenheid, dat het professoraat in de wiskunde en wijs-begeerte aan hot Athenaeum illustre was vakant geworden, en strekttot aanbeveling van Alexander de Bic, die daartoe ook is benoemdgeworden. Huygens schreef: „Indien de Heeren van Amsterdam„soo een man Professor maakten, en lieten hem lessen doen in„onse taal, gclyk ook te Leyden geschiet, het zoude aan geen