Buch 
Christiaan Huygens in zijn Leven en Werken geschetst / door P. Harting
Entstehung
Seite
56
JPEG-Download
 

56

Studenten noch toehoorders gebreeken. Ick hoope dat het daernog toe komen zal.

Hieruit blijkt, dat toen reeds de drieëntwintig-jarige Huygensgenoeg naam had om zijnen invloed ten behoeve van eenen anderente kunnen gebruiken, maar tevens, dat, hetgeen aan velen onver-wacht zal zijn, men in het midden der zeventiende eeuw te Lei-den wiskunde en wijsbegeerte in de landstaal onderwees. DatHuygens, die zijnen tijd in zoovele andere opzigten vooruit was,daarvan een voorstander was, zal minder verwonderen.

12) Zie Ann. 10 bij de Redevoering van Uylenbroek , waarin dedoor Huygens aan Gutschof geschreven brieven, waarvan de eerstegedagteekend is den 4den November 1652, zijn medegedeeld. Indiezelfde Annotatio en voorts in de 19de, 20ste, 21ste, 22ste en23ste vindt men nog andere bijzonderheden omtrent de eerste po-gingen der gebroeders Huygens om lenzen van ver brandpunt teslijpen , alle geput uit de bewaarde briefwisseling. Als iemand ,die hem daarin goeden raad had gegeven, wordt ook genoemdzekere J. B. Moccki, een man wiens naam overigens in de ge-schiedenis der wetenschap onbekend is gebleven, maar dien Chris-tiaan op reis had leeren kennen, waarschijnlijk toen hij in Augus-tus 1654 do baden te Spa bezocht. Tot het slijpen der lenzengebruikten de gebroeders stalen kommen, die voor hen vervaardigdwerden door zekeren Kalthof of Kalthoven , wiens kunstvaardig-heid door hen zeer geroemd en op hoogen prijs gesteld werd.Echter vorderden die kommen nog eene na-bewerking , alvorenszij voor het slijpen der lenzen geschikt waren. Aan een daarvan,welke bestemd was voor een glas van 20 voeten brandpuntsafstand,besteedden de broeders tien dagen van onafgebroken arbeid, om erden volkomen juisten vorm aan te geven.

13) Deze lens was echter geenszins de eerste. Uit den briefaan den reeds genoemden Moccki volgt, dat daaraan reeds ver-scheidene van korter brandpuntsafstand waren voorafgegaan.

14) Door Lippershey en door Metius. Ik mag hieromtrent ver-wijzen naar mijn opstel in het Album der Natuur , 1859, bl. 323en 355 , en omtrent het aandeel, dat vermoedelijk ZachariasJanssen aan de verbetering der kijkers gehad heeft, door hetholle oogglas door een bol te vervangen, naar den jaargang 1867,bl. 257.

15) In de reeks van brieven, door Chasles in den loop vanhet vorige jaar aan de Eransche Akademie medegedeeld en die in