66
„nationes immateriales: hoe enim nullam lucem rei afferebat,„quando quidem concipere non possumus, quomodo aliquid imma-„teriale substantiam corpoream movere valeat.” Nog lang naHuygens waren er velen, die minder wijsgeerig over den aard derkrachten dachten. Wat bepaaldelijk den aard der zwaartekrachtbetreft, zoo houdt hij het (p. 97) voor waarschijnlijk: „dat, aan-„gezien zwaarte eene neiging tot beweging is, zij zelve ook door„eene beweging wordt voortgebragt.” Daarop ontwikkelt hij zijnehypothese aangaande het ontstaan van het verschijnsel, dat menzwaarte noemt, als gevolg van bewegingen van den aether, die deruimte vult.
50) Het waren bepaaldelijk de uitkomsten der waarnemingenvan Richcr in Cayenne, die Huygens tot dit besluit leidden.
51) Wijlen de heer A. D. Schinkel heeft in 1841 een kleingeschrift laten drukken, getiteld: Nadere bijzonderheden betreMe-lijh Constantijn Huygens en zijne familie. Dit geschrift is echterniet in den handel gebragt, maar het kleine getal afdrukken isverdeeld onder des schrijvers vrienden en bekenden. Door devriendelijkheid van den heer dr. N. Beets alhier heb ik gelegenheidgehad er kennis van te nemen. Daarin vindt men onder anderenhet volgende , ontleend aan het Dagboek van Constantijn , waarvaneen afschrift in des schrijvers bezit was , omtrent dit levenstijdperkvan Christiaan medegedeeld.
„Christiaan Huygens vertrok, den 2den Maart 1666, naarFrankrijk , om zich daar te vestigen. Yier jaren later overviel hemeene zeer ernstige ziekte, welke van dien aard was, dat zijnvader het geraden vond hem bijstand te verleenen. Den 2denApril daaraanvolgende (1670) zond deze zijn’ zoon Bodewijk naarParijs, om (gelijk Constantijn zich in zijn Dagboek uitdrukt) zijnzieken broeder door krachtdadige hulp bij te staan. Bodewijk hadzich, tot genoegen zijns vaders, zeer goed van die taak gekwe-ten en kwam, volgens het Dagboek, vijf maanden later, den 9denSeptember, vergezeld van zijn broeder Christiaan, te ’s Hageterug. Den 12den Junij des eerstvolgenden jaars , keerde Chris-tiaan Huygens, schijnbaar hersteld , naar Parijs terug, alwaar hij ,in het najaar van 1675, wederom in eene ziekte verviel, waar-door hij zoo droefgeestig werd, dat, met overleg zijns vaders ,Philips Doublet, zijn schoonbroeder, den 12den Maart 1676, naarParijs vertrok, om, zegt Constantijn Huygens, zijn’ Christiaan tetroosten. Yier maanden later keerde Doublet, met zijnen schoon-broeder Christiaan , die nog niet volkomen hersteld was , te ’s Hageterug, alwaar de laatste, gedurende twee achtereenvolgende