67
jaren, — van tijd tot tijd kleine uitstapjes doende, — verbleef,en den 24sten Junij 1678 naar Parijs tërugkeerde. In bet beginvan September 1681 , verliet hij Parijs , vergezeld van zijn schoon-broeder Doublet en diens vrouw en drie kinderen, die, om hemin zijne op nieuw overvallen ziekte te verzorgen en hem het leven,voor zooveel zij konden, aangenaam te maken, aldaar eenigemaanden hadden vertoefd.”
Hieruit blijkt derhalve, dat Huygens in dit tijdperk van zijnleven herhaaldelijk overvallen is geworden door eene zware melan-cholie, waardoor hij ook voor alle geestinspanning ongeschiktwerd. Voorzeker is zij voor een deel het gevolg geweest van over-matige werkzaamheid en van zijne daarmede verbonden zittendelevenswijze. Huygens bewoonde appartementen in de Koninklijkebibliotheek, waar ook de vergaderingen der Akademie werdengehouden, ter welker bijwoning hij zich derhalve ter naauwernoodbehoefde te verplaatsen. Dat hij zich echter niet geheel onttrokaan het gezellig verkeer der wereld, leert ons eene kleine om-standigheid , die op zich zelve van zoo weinig gewigt is, datzij voorzeker geheel onopgemerkt zoude zijn gebleven, indien hetniet een man als Huygens was geweest, die daarin eene rol hadvervuld. Thans vindt men haar vermeld bij meer dan eenen
schrijver. Christiaan Huygens was een groot vriend van muzijk.Of hij haar ook praktisch beoefende, gelijk zijn vader, die
in zijn tijd een uitmuntend citherspeler was, is mij niet ge-bleken. Dat hij veel werk van hare theorie maakte, bewijst
echter zijn JVovus cyclus harmonieus, die men vindt in de Operavaria, II, p. 747. Eens nu werd hij door Eontenelle, die trou-wens veel jonger dan Huygens was, ingeleid in het salon vanNinon de Lenelos, hetwelk toen het middelpunt was, waar allemannen van talent in Parijs elkander ontmoetten. Een der mid-delen , waardoor deze Aspasia der zeventiende eeuw, — die trou-wens toen niet jong meer kan geweest zijn, want zij was in1615 geboren, — zulk een betooverenden invloed op allen uitoe-fenden , die in hare omgeving kwamen, was haar zang, begeleidmet citherspel. Ook Huygens was er zoo door bekoord, dat hijeen vierregelig versje op haar maakte, hetwelk hij haar doorEontenelle liet aanbieden. Dit versje, of liever rijmpje, nu isverre van fraai, noch van vorm, noch van inhoud. Ik wil hetdan ook hier niet herhalen. Zij die er nieuwsgierig naar zijn,kunnen het onder anderen vindon in een thans tamelijk zeldzaamgeworden boek, getiteld: Mémoires sur la vie de mademoiselle deLenelos, par M. B., Amsterdam, 1779, p. 116. Arago, die erop twee plaatsen van zijne werken (T. II, p. 31 en T. III, p.321) gewag van maakt, noemt Voltaire als dengenen „qui a eu