Buch 
Christiaan Huygens in zijn Leven en Werken geschetst / door P. Harting
Entstehung
Seite
69
JPEG-Download
 

reeds aangehaald Cluyswerck blijkt, dat zijne gehuwde kinderen,die vroeger met hem zamen hadden gewoond, kort te voren eeneeigene woning hadden betrokken. Waarschijnlijk woonde dusChristiaan tot aan zijns vaders dood met dezen zamen. Constan-tijn had echter ook een huis in de stad, waar hij zijn gewoonverblijf hield.

Voor het zesde boek der Korenbloemen vindt men eene afbeel-ding en een uitvoerig plan van Hofwijck. Welligt zijn beiden,even als het portret des schrijvers (zie Aant. 5), van de handvan zijnen zoon Christiaan.

55) Men zie den brief van den 3den September 1693, nahet verlies van den slag van hTeeder-Hespen of Landen, achterTJylenbroeks Oratio, p. 43, Ann. 38.

56) Dit is nader aangetoond in de reeds meermalen aange-haalde Redevoering van Uylenbroek en in Kaisers Iets over dekijkers van de gebroeders Iluygens , in Het Instituut, enzv., 1846,bi. 396.

57) Onder de handschriften van Huygcns in de Leidsche bi-bliotheek. Zij zijn nog slechts gedeeltelijk benuttigd, vooral doorUylenbroek, maar bevatten waarschijnlijk nog veel, dat tot naderekennis en waardering der beide broeders leidèn kan. Eene volle-digere kennis dezer correspondentie zoude waarschijnlijk ook strek-ken ter wederlegging der volgende zinsnede, die men bij Condor-cet (1. c. , p. 131) vindt:La fin de sa vie fut troublée par deschagrins domestiques: peut-être sa familie eut-elle de la peine a lui pardonner d avoir renoncé a tous les avantages qui auraientrejailli sur elle, et de navoir été quun grand homme. Con-dorcet zegt niet, hoe hij tot de kennis dezer huiselijke verdrie-telijkheden is gekomen. Ik voor mij heb in de mij ten dienstestaande bronnen niets gevonden, dat daarop zelfs in de verteduidt. Veeleer schijnt er tusschen de verschillende leden van hetgeslacht der Huygensen een innige band te hebben bestaan. Hetreeds aangchaalde werkje van Schinkel (zie Aant. 51) bevat ookhiervoor bijdragen.

58) Brief van den 20sten Februarij 1691.

59) Brief van den 5den Februarij 1692.

60. Fr.- Baco de Verulam, in zijn Novum organon scientiarum,dat in 1620 te London verscheen.