VAN DE ZWAARTE.
Hl
Tab.V.* Men kan dit met de volgende proef bewyzen. Men neemt eenen slinger’i'ig- 5 > CP, veertig voeten lang, waaraan van onderen hangt het gewigt P: menhechte op éenen voet na van onderen, als PN. een’ ípyker, indien men het ge-wigt P voortduuwend opligt één’ voet tot in O , zo zal het losgelaaten zyn*de,en vallende een boog OP beschryven, en in het punt P dezelve inelhcid kry*gen» als of het gevallen was uit N in P, ’c welk ik hier onderstel, maar bewy-zen zal op §. 387. laat nu op den afstand van twee voeten gezet wordençen klinkend lighaam Q, waar tegens het gewigt P kan aanloopen : zo kanmen PQ^ houden voor eene regte lyn : men neeme ook een ander lighaamH , en ligte het één voet boven M op, als dan het gewigt P gebragt wordtin O , en het vallende gekoomen is op P, laat men te gclyk vallen het lighaamH , dan zal H koomen op M , te gelyk met P tegens Qj H heeft derhalveeenen weg van éénen voet afgelegd, met te vallen uit zyne rust , en in Mdie snelheid te kry gen , waarmede P altoos is voortgcloopcn uit P tot tweevoeten ver.
§ zz8. Omdat de zwaarte een lighaam geduurig nederdrukt , en op eenbewoogen lighaam eveneens werkt als op een rustend, zal de beweeging vaneen lighaam , in eene lood regte lyn naar boven geworpen , vertraagd wor-den : en de verminderingen van snelheden zullen evengroot zyn in gelyketyden , dewyl de zwaarte snelheden naar beneden veroorzaakt , welke m de-zelve reden als de tyden zyn : derhalve moet een naar boven geworpen lig-haam met eene gelyk vormige vertraagde beweeginge loopen : zodat alles hierZal plaats hebben , ’t geen wy beweczen hebben op §. ipy, 156 , 197. wantTab II ^ aat ^ lct %haam naar boven geworpen worden met de snelheid BC , dan zal hetJ r ie. i. ' âoor de zwaarte , naar beneden het lighaam geduurig drukkende , op het laat-ste van den tyd B T, maar hebben de snelheid T X , en beschryven denweg, welke verbeeld wordt door BTXC, op den volgenden tyd vertraagdde zwaarte wederom eveneens, derhalve op het einde des tyds T R , zal hetlighaam alleen overig behouden hebben de snelheid R Z , zynde deeze lynzoveel korter dan TX, als TX korter is dan BC: eveneens op het eindedes tyds RQ., zal de snelheid van ’t lighaam zyn Qq , en de bcschreevcnweg als Z R Qq. Op het einde des tyds van QP, zal de snelheid zynPp, en de afgeloopen weg QqPp. Zodat het blykt, dat een lighaam naarboven geworpen , door de zwaarte in zynen loop vertraagd wordt. z°. Datde verminderingen der snelheden zyn als de tyden. 3*. Dat de wegen opgelyke tyden aïgeloopen , zyn als de ongelyke getallen ip , 17 , ip , 13 ,11. enz.
§. zrp. Indien dan een zwaar lighaam loodregt naar beneden valt , zalhet op het einde van zynen val die snelheid verkreegen hebben, waarmedehet wederom tot dezelve hoogte kan opklimmen.
Tab. II. Want laat de tyd, verbeeld door de lyn AB, in gelyke deelen verdeeldFig.a. zyn, als AD, DM, enz. : en dat op het einde van ieder tyd , de verkree-ge snelheid staa loodregt als D E, M r, enz.: zo zal B C de snelheid zyn,jvelke het lighaam verkrygt op hei einde des tyds TB, en het zal beschryven den
drie-