Band 
Eerste Deel.
Seite
136
JPEG-Download
 

VAN DE WEEGKONST,

staande, en hebbende ter zyde van hun lighaam twee uytsteekende en naar be-neden geboogen koperdraaden, aan welker einden onder aan twee loode kogelszyn, waar door wederom gemaakt wordt , dat het punt van zwaarte zyneloodregte lyn heeft door den voet ; dus kan dit beeldje vast staan op zynen voet,en zonder omvallen omgedraaid worden.

Tab V.* §. ipo. Men maakt eenen dubbelden kegel van hout , gelyk ABCD, en

Fig. 6 . legt hem op twee regels EF, EG , te saamenloopende in E, maar by F enG van malkander afstaande, en boven den gezigteinder verheeven by F en Gdoor twee stutten van onder. Deeze kegel gelegd by E, schynt van zich zelfvan het laager einde E af naar boven te loopen naar F en G toe, schoon hywaarlyk zakt, om dat zyn punt van zwaarte zakt : Um dit te verstaan, verbcel-Tab.V.* de AG den gezigteinder, A F een van de regels, waar op de kegel loopt, wiensFig. 7. hoogte zy FG op die plaats, alwaar de kegel van den regel afvalt, om dat detwee regels hier wyder van een staan, dan de langte der twee assen van den ke-gel is. B zy het toppunt van eenen kegel, van welken eene lyn , getrokkendoor het andere toppunt , heen gaat door het punt van zwaarte. BK zy degrootte van de halve rmddelyn van de basis, gelyk aan G S, en grooter dan G F:men trekke uit B de regte lynen BS en BF, omdat BS evenwydig aan dengezigteinder is, zal het lighaam koomende van B tot in F, en hebbende methet punt K eerst gelegen op den regel in B, en daar na met het punt B op denregel ín F, gezakt zyn, de langte der lyn SF, want het punt van zwaarte isniet geloopen in de lyn BS, maar in BF, en is dus gezakt, waarom de kegelloopende op den regel AF naar FG toe, waarlyk zakt, en omtuimelende valt.Wanneer men de twee regels E F en EG zo wyd van een zet, dat overal, daarFig. 0. er (j e kegel van zou afvallen, hunne hoogte boven den grond evengroot is alsde halve middelyn van de basis in den kegel, zo blyft de kegel onbeweeglyk lig-gen, op wat voor plaatsen van de regels men dien ook leggen mogt, want indiende kegel bewoogen wierdt, zou nu zyn middelpunt van zwaarte in een horizon-tale lyn loopen, in welke het van zich zelf nooit loopen zal.

Wanneer men de twee regels EF, EG digter by een brengt, zo dat hunnehoogte op de plaats, alwaar de kegel tusschen hen zou afvallen, grooter isdan de halve middelyn van de basis des kegels, zal de kegel gelegd wordende opde regels, voortloopen naar het punt E toe, en 'er aldaar afvallen, en dus an-ders omloopen dan voorheen, om dat nu de kegel dus loopende van F naar E,waarlyk zakt.

§. zfi. Deeze opmerkingen op het middelpunt van zwaarte zyn van groot nutin de Weegkonst ; want men heeft ook een diergelyk punt in twee aaneenge-Tab.V.* voegde lighaamen, of in meerder: by voorbeeld , laat 'er zyn eene onbuigzaa-Fig. S. me lyn AB, welker middelpunt van zwaarte is in het midden op C. laat aanbeide einden twee evengroote lighaamen als A en B zyn, zo zal hun beider puntvan zwaarte bly ven in C , indien zy beide met evengroote snelheid naar C loo-pen, of van C afloopen, zal dit punt van zwaarte C in rust of op dezelve plaatsbly ven liggen. Maar indien A en B met ongelyke snelheden naar malkandertoe, of van malkander af bewoogen worden, zo blyft C niet in rust ; want

C