St. Paulus.
% DE BESCHRYVING
zouden vervoeren. Ontrent een halvemyl van ons af zagen wy een klein Por-tugeesch Schip ten anker, met Chineesbootsvolk, het welke twee dagen voorons van Batavia uyt gelopen was. Hetwierd genaamt de St. Paulus , wiens af-beeldsel op de achtersteevenwas gefchil-dert. Ontrent vyf járen geleden wasdit Schip tot Japan geweest, niet tegen-staande dat op bevel van den rveyfer vanJapan aan alle Portugeeiên, wie ze zynmochten , verboden was binnen zyneHeerschappyen te komen , op straffe desdoods, en verbeurte hunner Schepenen Goederen. Ik verbeelde my, dat hetden Lezer niet onaangenaam zal zyn,dat ik hem onderrechte en zegge de ge-legenheid en den uytflag van deze reys,welke ik naauwkeuriglyk tot Bataviaonderzocht heb, temeer, nadien ze zoveel betrekking heeft op ’t voornaamstonderwerp deler geschiedenis.
Voor ontrent zes Jaaren wierd een Ja-poneefch vaartuyg door eenen hevigenstorm van de Kusten van Japan naar Chi-na geilingert, en na het uytstaan vanveele ongemakken leedt het eindelykSchipbreuk na by Macao , een beroemdeHandelplaats, den Portugeefen toebeho-rende. De Portugeefche Regeering totMacao oordeelde dit eene gunstige gele-genheid , om haar bemind te maaken byden Keyser van Japan , en misschien, ’twelk haar meer ter harte ging, haarevorige voordeeligen Koophandel wederte krygen. Om deze reden besloot mende twaalf Japonezers, welke men gebor-gen had , los te laten , hen met allevrindelykheid en beleefdheid te hande-len, en aan boord van een van haare eigeSchepen edelmoediglyk naar Japan terug te zenden. Maar de uytkömst vol-deed geenzins aan haare verwachting ;want zo ras waren zy niet in de Havenvan Nangafaki binnen gelopen , of allede Japonezers wierden zonder onder-scheidt gevangen gezet, en het Schipnaauw bewaart, met scherp verbodt,dat niemant aan land zou hebben tegaan,voor dat de beheerschers van Nan-gafaki van deze tedere zaak verslag kon-den doen aan’tKcyzerlyk Hof tot Jcdo ,en van daar bevel verwachten, hoe zyzich verder hadden te gedraagen. Hetwas zeer gezien, dat men de Portugee-ffen zoude ter dood brengen* en hunSchip verbranden achtervolgers deKeyzerlyke bevelen ontrent dít stuk;doch de strengheid van 't Hof een wei-nig gestilt zynde, zo door de lengte vantya, als door het tuslehen komen vanden Heere Buteman, toen Resident aldaar
EN GESCHIEDENIS
van wegen de Nederlandfche Maatschap^py, verkregen zy eindelyk, ( uyt aan-merking van hun goed voornemen) ver-lof om weder te keeren naar Macao , enhen wierd voorraad aangeboden,-be-staande voornamentlyk in Ryst en 'Wa-ter. Na eène tweejaarige strenge gevan-genis wierden de ongelukkige Japonezerseindelyk in vryheid gestelt, en ondereene naauw-toeziende wacht na hunnegeboorte plaatzen gezonden. Een onzerResidenten heeft sommige derzelve ontmoetop zyn te nigreys van Jedo naar Nangafaki.Dus eindigde deze reystocht zonder hetminste voordeel voorde Stad Macao. Dochom onze reys te vervorderen.
Na midnacht lichteden wy het An-ker , en op den negenden ’s morgensbereykten wy de duyzend Eylanden,gelyk ze alhier worden genoemt. Wywaren in ’t gezigt van ’t hooge LandLampon in Sumatra tegen over Bantamgelegen. Wy zagen ook de Wester-fche gebergtens zo van Java als van Su-matra , en inzonderheid een op Sumatra ,aanmerkelyk van wegens haare hoogte,welke wy tot onze groote smette eenigemaanden te vooren op onze reys van At-Jin naar Batavia zo lang in ’t oog gehadhadden. De wind was veranderlyk ,meest Zuyden. Na middags hadden wystilte , en konden voor den avond hetEyland Noorcïervoacbten niet beteyken.Na het ondergaan der Zon rees ’êr ee-ne heldere en gunstige koelte!
Den gehelen tienden May was delucht betrokken, de wind was O.Z.O.wy zetteden onsen streek noordwaardsuyt het gezicht van Land of Eylanden,uytgenomen eenige der hoogste Bergenin Sumatra , welker toppen wv evendoor de wolken konden bespeuren. Laatop den avond wierpen wy het ankeruyt op zes vademen waters, om te ver-myden, van by nacht tegen het Land teloopen, ’t welk men ’s avonds te voorenvan de groote mast gezien had, en on-derstelt wierd het Eyland Lucipara tczyn , leggende aan den mond ván deStraat Banca.
Vroeg in den ochtendstond op den elf-den lichteden wy het anker, maar ver-mits eene opkomende stilte moesten wyhet ras weer laten vallen, en eenige uu-ren blyven leggen. Ontrent twee uurenna Zonnen opgang rees ’er eene wakkerekoelte uyt het Zuyden, wy stierden naarhet Noorden, tuslehen het Land heen,’t welk wy den avond te vooren gezienhadden, en bevonden, dat het ’t ÉylandLucipara was en de kusten van Sumatrana de Straat van Banca , leggende.
Eer