Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
3
JPEG-Download
 

VAN JAPAN,

v ^eys Ëcr ik voortga , kan ik niet nalatenha",. S^am* 3 ,£ a ^g cmeen aan te mei 'ken dat de reysgcvaarlyi: vaïl Batavia naar Stam zeer gevaarlyk ísvan -stegen de menigvuldige kleine Ey-landjens, Klippen , Plaateri en Zand-Banken. Een zorgvuldig en voorzigtigLoots moet zich altyd op een be-hoorlykc wydte vant Land houden,dat is , niet te naby het eene noch teVér ván het andere, op dat in geval vansterke storm-en rukwinden , welke me-iiigwerf en onvoorziens op dezen tochtópstaan, hy gelegenheid mag hebbenom het anker uyt te laaten, en door ditmiddel het Schip te behouden ván tegenden grond te stooten, of te ver uyt destreek te vervallen ; om deze reden leg-gen de Scheepen doorgaans des nachtsop anker, en wel te eer, wanneer menden dag te vöorert Land , of tekenenvan na byt Land te zyn, gezien heeft.De gevaarlykste tocht van wegen haareengte , plaaten , en klippen , zyn debc Straa- ^ traaren van Banca , gemaakt door een Ey-j 11 van land van dien náám , en de Kusten vanSumatra. De Kusten van Sumatra langsde geheele Straaten heen,zyn laag, zon-der heuvelen df bergen, maar wel voor-zien van Bostcheri ; in tegendeel is Báncageicheurt en gebroken , op sommigeplaatsen door hooge Heuvelen en Bergen,en op sommige door laage groene vel-den. Evenwel schynt het een zeervruchtbaar Eyland. Alle de Scheepen,

dewelke naar de Oosteische Kusten vanMalacca móeten, á ís naar Siam , Cambod'ta,Cocbincbina , China , eri Japan , passerendeze Straaten. De Kusten van Sumatra , te-gen over Banca gelegen, hebben twee ofdrie aaümerkelyke uytstekende punten,in deze Straaten uytlopende. Wy ge-raakten tot binnen een halve myl van degemelde Kusten, om dat daar een goe-de zachte gelykc ldeygrond is, op zesvademen waters en méén Wy bereik-ten voor het ondergaan der Zoririe detweede punt van de Kusten van Suma-tra, en wy bleven daar tot den volgen-den morgen.

Voor den opgang der Zonne op dentwaalfden, lichteden wy het anker, enwy geraakten dien mórgen tot den der-den of laatsten hoek van de Kust vanSumatra. De St. Paulus (waar van te voo-re n gezegt heb ) die tót nu toe ver ach-ter geweest was, was nu merkelykvoor U y[. Langs de Kust stiei'den wyN. W. Het was eene dikke lucht,en de wind veranderlyk , meest aan hetZuyden. ]Q e Kusten van Sumatra enBanca vertoonden zich als daags te vóo-fen. Op den namiddag veranderde de

Í. Boek. I Hoofdst. I

wind , waarom wy een gedeelte derzeylen innamen , eh een .goede wyl la-veerden.

Op den dertienden May des avondsgeraakten wy veilig aan het einde vande Straaten, tusschen de monden vanRivier Palimbang aan bakboord, en een De Rivierzeer hooge rotz , Mottapin genoemt, op Palimbang;de uyterste grenzen van Banca aan hetstuurboord. De mond van de Rivier Pa-limbang, welke ontrent drie vierde mylsafgelegen was, scheed ten minsten eenhalve myle breedt. Buyten dit kondenwy geen Land zien, het zy wegens haa-re uytgestrektheid, of van wegen dedonkerheid des avonds. Wy deden zoveel als wy kondert om na die mond ende Kusten van Sumatra te komen op ze-ven en een halve vadem waters, óm eengevaarlyke Klip, Frederik Henderik, ge- De Klipnaartit, te myden , welke hier ontrentlegt,en waar op een Hollandsch Schip, cncn °de Prins William , naar Siam moetende,voor eenige jaaren óngelukkelyk strande,de Kapitein echter met zyn volk, red-deden zich noch met de boot. De windons dienende en de Straaten van Bancadoor zynde, zeilden wy den geheelenhacht voort.

öp den veertiendens morgéns lcree-gén wy int gezicht de Eylanden PoehTsju, dat is de Zeven Eylanden, anders Zeven Broeders. Wy stelden onze De zevenstreek zo, om de gemelde,Eylanden aan Oàoe-,Stuurboord te laaten. Dien gantschen derïidag was het helder en koel, en wy had-den een friflê koelte. wy verforen deKust van Sumatra uyt het gezigt, en desavönds quamest wy op de hoogte vanhet Eyland Puit Saya. p u y g a y â .

Dieri gantschen nacht vorderden wyzeer veel, en op den vystiendens mor-gens hadden wy PuliSaya zo ver achter,dat wy ter naauwernoot den tóp van ee-nen Berg, welke om haáre hoogte zeeruytsteekt, bekennen konden. Ontrentden middag bereykten wy Puit Lingan, enzeilden de middemachts Linie veilig door.

Den nacht te vooren had het redelyksterk geregent, maar nu helderde hetweder op. In den nadetniddâg haddenwyt by na ten eenemaal stil, en. vor-derden zeer weinig ; ontrent ten vier uu-ren hadden wy een draaywind, die sterkuyt den N. W. waayde. Wy liepenin deze gevaarlyke Zee twee uuren langvóórt met eene ongelooselyke snelheid,als wanneer de wind ophielt, en wyt anker wierpen, zynde zeer ver buytenonzen streek geraakt.

Op den zestienden des morgens maak- 1ten wy weder zeil, met een kleine ver*

A % ánder*