Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
12
JPEG-Download
 

iL DE BESCHRYVING

yder zyde der stoel was een bank voorzyn gevolg : maar de stoel stond verhe-vener dan de twee banken, volgens degewoonte van ’t land, welke vordert datde sitplaatlèn van mannen van staat hoogergestelt worden dan die voor menlekenvan minder aanzien. Aan yder zyde van 1de stoel stonden een zwaard en een piek,verguld en met kostelyk gesteente ver-cicrd, als tekenen van hun gezag, welkealle de Mandarins zich by plechtige ge-legentheden laten na draagen. Deze staa-tje zwaarden hebben handgreep en tenminsten .van een mans lengte, Zo dat zemet dezelve kunnen houwen en staan ge-lyk met een houwer. De staalen zyngemaakt uyt verscheide stukken. Rechtop het voorsteeven leyt het eerste verdek,ontrent een span hooger dan de randenzyndedne of vier treden lang, en zo breedals de schuyt, netjens gesneden en ver-ciert met schoon lofwerk. Op dit eerstedek word een ander gelegt doch kleinderin omtrek, maar hooger en op dezelvewys opgepronkt. Op dit tweede verdekstaat des Mandarins vier voetigc vergul-de Zetel , en over dezelve is opgerechteen soort van scherm of paviljoen , ’twelk door middel van vergulde krarn-oenen aan de Zetel vast gehegt word ;et is by na rond, en behalven dat zo wyd,dat delfelfs middel streep over de breedte•van de schuyt uytstreckt. Het word ge-maakt van leer , van binnen met zwartgevoert, van buyten of geheel verguld,of rood met vergulde randen. Allesvaardig zynde, gingen wy op de vol-gende ordre ter gehoor. Eerstelyk Ope-<ra Xsyat , de Moor, daar na fdie drie an-dere Mandarins , yder in haare schuyt.Daar op volgde de schuyt, die de brie-ven voor den Koning en den Berklambracht, geschreven in de Maleytsche enDuytsche taal, en yder gedaan in een•beurs met goud geborduurt. De beur-sen waren gelegt in een goud bekken, ’twelk bekleed was met geborduurd la-ken, en gedaan in een doos van Pinang ,met paarlen vercieit volgens ’t gebruykvan ’t land. Met deze verderfden wiel-den ze gelegt op een stoel recht over hetmidden van ’t paviljoen. Voor dezelvezat de Tolk op een tapyt. Daar na volg.den wy met des Konings brieven in eenbyzondere korte schuyt, zittende ondereen scherm met rood gevoedert. In de-ze order voeren wy de rivier op, eenwyle tyds langs de müuren van de stad, ;en toendraaydenwy in, naar het huys vanden Berklam , alwaar hy openbaar gehoorgeest, en met al zyn pracht en Heerlyk-neid verstilynt. Aan deze zyde van zyn

EN GESCHIEDENIS

huys stapten wy aan land , en gingenvoorts te voet. Het Hof was redelykvuyl en morflig, hoe wel noch iets zm-nelyker, dan zyn ander huys , waar inwy eenige dagen te vooren een afzonder-lyk gehoor hadden. Het Hof in gaan-de , zagen wy ter linker zyde een openhuys of vertrek, by na vierkant, zondermuuren,de vloer was belegt met deelen,en vol volks, zommige zittende , zom-mige wandelende en met elkander kou-tende.' Aan de rechterhand in de stalstond een groote Olyphant ten eenemaàlin ’t harnaich. Recht over den ingangvan ’t Hof was een steene trap, leidendenaar ’t huys van den Berkla?n , alwaar wygehoor zouden hebben. Wy gingen dezelve op, en trokken toen onze schoenenuyt. Dit huys bestond slechts uyt eenekamer of liever luchtige stal, gelyk eenKerk. Van binnen is het gewit en volstof en spinneweb. De zoldering wierdaan weerkanten onderschraagt door ze-ve vierkante pylaaren , en was opge-trokken tot onder het derde dak, netjensgefchildert met rood lof werk. Ontrenthet midden van yder pylaar hong eengroote Chineefche kopere plaat. In demuur tusschen de pylaaren waren langeopeningen met luyken in plaats van ven-sters. Daar waren twee ingangen in destal met een venster tusschen beide : aanyder zyde van de stal waren er grootepaaien van Bamboes aan de pylaaren vastgemaakt, met wit laken behangen, ach-ter ’t welke, tusschen de pylaaren en demuur, de dienaaren enhuysgenooten vanden Berklam waren, zonder eenige order,sommige zittende, en sommige op dengrond leggende. Voor zaten de Manda-rins , als Oja Te-xejaata , een Mahome-taan, opperste Stalmeester over ’s Ko-nings Olyphanten , aan de rechterhandvan den Berklam ; aan de linkerhand OjaPipat onder Berklam , beide met goudeBoesets voor haar. Boesets zyn vierkant-achtige doostn van Pinang gemaakt, entekenen van ’s Konings gunst, met wel-ke hy zyne Mandarins begiftigt, als hyhen hunne naamen geeft, en hen tot de-ze waardigheid verheft, ’t welk nooitgeschied, zonder al voorens ingenoomente hebben den raad van zyne sterrekun-digen. Onder deze twee zaten verscheideandere Siamsche, Chineefche, en maho-metaansche Mandarins. Aan de rechter-hand van den Berklam telde ik ’er drie entwintig, en een en dertig aan zyne lin-kerhand. Zeven der voornaamste aanweder zyden boven aan zittende, haddengoude, en de daar aan volgende twee,zilvere Boesets voor hen staan. De brie-ven,

Boeset 5