VAN JAPAN I. Boek II. Hoofdst
17
Opstand
»n eeneguaan-:he Prie-
X’txn ’í Konings Hofhouding , Legers wordengenoemt.) Gemelde Prins maakte eentoeleg, om met hulp dezer Malaganen,die zo wel als hy Mahometanen zyn, deHoofdstad in te nemen, en zich zelvenmeester van den Throon temaken.Dochzyn voornemen ondekt zynde, voor hetvan kracht zyn kon , wierd hy aan ’tHof ontboden om zich te onderwerpenen om vergiffenis te fmeeken,’t welk hyweigerende volgens de aengebore hard-nekkigheid van die van Maccaffar , metalle zyne landslieden in stukken gekapt,uytgezondert zyne zoon van acht jaaren,na een bloedig gevegt, in ’t welk zyzich dapper en kloekmoedelyk verweer-den , en een groot getal Siammers dood-sloegen. De Malaganen die hen bygestaanhadden, zich tydelyk onderwerpende,ontquamen deze wreede straf, kregenvergiffenis en wierden „herstelt, zyndede Koning goedertiere -van aardt. Ditis gebeurt in het jaar 1687. onder de re-gering van den laatstcn overleden Ko-ning.
Een Priester van P/mgu^óic tevoorente Jatkia in bewaring was geweest , ende zaaken van dat Hof kende, verwektein ’t jaar 1689. diergelyken opstand. Hydoortrok het land en wende voor, dathy de oudste zoon was van de broedersdes laatst voorledenen Konings, (dewel-ke op ’t bevel van Petraatia doodgeslagenwaren ) en dat hy gevolgelyk de naasteerfgenaam was tot de Kroon. Dit vondzo veel geloof, dat hy binnen kortentydt ontrent tien duyzend mannen inzyn belang trok, doch voor ’t meeren-deel was het ongeregeld volk. Kond-schap ontfangen hebbende, dat de Kroon-prins , verzelt door zyne Hovelingen ,naar zekere plaats zoude gaan, om zich teverlustigen, meinde hy een fchoone ge-legentheid te hebben ; hy begeeft zichderwaards, en verbergt zich in eenbofch, met oogmerk om ’t geheele ge- .Zelichap te vermoorden, daar na destadt te overrompelen, en den Koningmet alle zyne dienaaren te matsen. Dochhy slaagde niet in zyn ontwerp ; wantde Prins zo veel volk gewaar wordende,e P eenige inooden aanslag vermoedende,liet hem den rug zien en keerde wedernaar ’t Hof. De Koning zond een le-ger van twaalf duyzend mannen , metallen haast by een gerukt, deze onbed re-vene menigte te gemoet,wyl ze naar destaat m aantocht waren. Deze onver-W u te J-egenstand baarde in hen zo veelverbaasdheid en schrik, dat zy zich aan-stonds vaneen scheldeden, en met zul-ken snellen spped t vloeden, dat ’er niet
boven de honderd gedood , en slechsdríe honderd gevangen wierden ; omvoor te komen dat deze níet ontsnapten,brandeden de overwinnaars hen de zoo-ien hunner voeten. Weinige dagen daarna wierd de Priester zelf uytgevonden,leggende onder een boom ín het boschte staapen, alleenlyk een jongen by zichhebbende. Aanstonds wierd hy naar ƒ«-! dia gevoert, en met borst en hals aaneen pael gekluystert wordende, eenige da-gen tot een schouwspel openbaar tentoongestelt j daar na wierd hem levendig denbuyk opengesneden, het ingewand daaruyt gehaast en den honden gegeven omaan stuk te scheuren en op te vreeten.
’s Konings Hof bestaat uyt de vol- ^^sKa-gendehooge Amptenaaren van de Kroon. nings jq 0 f,ï. Peja Surusak , ook wel Peja IVani-aen Farxomü genoemt, aan wien de Ko-ning de zaaken de Kroon rakende aanbe-volen heeft; als by voorbeeld, het be-wind van de Gerechts - hoven over kri»mineele en verbeurde goederen, als zyn-de het haatelykstc van de Koninklykemacht. Gemeenlyk oordeelt men, dat.de Koning door dit ampt aan hem op tedragen, voornemens is hem haatelyk byhet volk te doen zyn ; maar andere wen-den voor, dat het geschied is, om deopvolging voor hem te verzekeren. ILPeja PraP Klam, ( de vreemdelingenipreekèn het uyt Berklant) is groot Kan-celier,en heeft het bewind over de buy-tenlandsche zaaken. Hy is wel gemaak-ts 1 ' 611 fraayer van gelaat, dan ik onderue Mooren, die doorgaans kort zyn, enbyna als aapen gelyken, ooit ymand ge-zien heb. Hy heeft ook een snel begripen is zeer wel gemaniert, waarom hyook over weinige jaaren als Ambassadeurnaar Vrankryk gezonden wierd ; van welkland haare Regering , sterktens endiergeiyke hy ons seer ga aren onder-hield ; en de zaal van zyn huys, in wel-ke wy een afzonderlyk gehoor by hemhadden was behangen met de schilde-ryen van het Koninklyk geslacht vanVrankryk , en met Europische landkaar-ten ; het overige dat men daar zag, wasniets anders dan stof en ipinneweb. IILPejawam , anderzins ook Tnau Peja Tara -masa genoemt, is groot Kamerling, enheeft het opzigt over ’s Konings Paley-Zen en gebouwen. IV. Peja Jummeraad,een geleerde Chineesch, ig Opper-Rech-ter. V. Peja Poletbep , Ontfanger gene-raal, heeft het bestier over de KroonsLanderyen en ’t geen zy opbrengen.
Vl. Peja Tsakru groot Stalmeester heefthet opzicht, over de Olyfanten en Paar-den , en over alles dat tot ’s Konings goC volg