Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
18
JPEG-Download
 

iB DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

volg en uytrusting belangt. VIL PejaKlahom , opper Hof - Meester heeft hetbeschik over des Konings üaaven , endienstboden, over de speeljachten, eno-ver ’t Koninklyk Huysraàdt. Deze zynde voornaamste Mandarins , of Staats die-naars , die den groeten Raadt van ’t Rykuytmaken. Mandarins is eigentlyk eenChineesch woord onder de vreemdelin-gen alleen in gebruyk, en in de land-taal word het uytgedrukt door Tsiankrue ,of Tfiant Tfiam. Aan deze volgen deStaats of Hof bedienden van minderrang, en het getal dezer is onzeker, byvoorbeeld : Peja Tareman , de oppersteder Malaganen ; Opera Tfyat , de oversteder Mooren, gelyk men ze noemt, ofMahometanen : hy is ook Siabander ofOntfanger der tollen van buytenlandicheinkomende Koopwaaren. Oja Pipat , on-der Berklam was eertyds een bediende vanFaulcon , van wien hy leerde het kunstjeom vreemdelingen te nypen ; Oja Tevaya-ta, Stalmeester over de Olysanten,is eenMahometaah van Indostan , een braaf voor-trestèlyk man. Oja Tamam Kapitein vande Lyfwacht. Oja de Ffiu Kapitein van’t Krygsvolk te land. De Siamiten heb-ben geene erfíèlyke Stam-naamest, maarfcrygen hunne onderscheidings - naamenna ’t goeddunken van andere, inzonder-heid vast hunne oyerheeren. De grooteworden genoemt na de bediening die zybekleeden, en zodanige zyn de bovengemelde. Hof-Tytels en waardighedengaan dus Vervolgens. I. Peja en Ojais zo veel als Prins. II. Opera , die on-trent veertig sterk zo aan ’t Hof als op’t land zyn, zyn als Baronnen en Vry-heeren. 111. Haaren grooten en kleinenAdel hiet men Oluang of Luang. De Ko-rting geeft dezen tytel ook aan zyne ver-taalers of Tolken. IV. Okucen zyn luy-den van groote geslachten afkomstig.V.Omucen onderofficiers van rang. VI. Ma-jalaks zyn Pagies en jonge Edellieden.

Naamen Het Ryk van Stam word door de In-van het boorlingen genoemt Maan Thai , ’t welkSiaim Iyk zo veel wil zeggen als het Land Thai . Inhunne boeken klinkt het met dezen by-naam , Krom Lhcp Pratnma baa Ikoon ,(circuitus visitationis Deorum) de Kreytsvan de bezoeking der Goden. De Malaga-nen en de Peguanen noemen het Tziam ,waar van de Europische naam Stamkomt. Het midden ontrent van ’t Ryk,Desselfsge- alwaar de Hoofdstad is, legt op veertienlegemheid. g raa den achtien minuuten Noorderbreed-te, en volgens de gemeene Landkaartenlegt het op hondert achtendartig graadenlengte- maar volgens de latere aanmer-kingen der Jesuiten, op honderd en twin-

tig. Ten oosten grenst het aan de Ry-ken , Tonkin , Cochincbina en Cambodia ;ten zuyden heeft het ten deele de Zee,enten andere de Landschappen van Malacca ,waar van de Koning van Siam bezit Li-goor , Lanaffcri en eenige andere kleine ge-westen. Ten westen paalt het aan hetRyk van Pegn , en ten noorden aan datvan Laos. Ten aanzien van delïèlfs uyt- Desselfsgestrektheid is het maar middelmaatigbevolkt, wordende voornamentlyk be-woont langs de oevers der rivieren. Dejaarlykiche uytvoer ter zee van zoo’nmenigte Herten en Buffels huyden, iseen bewys van de groote boflehen enwildernislèn,en des te meer,nadien dezedieren in de nabuurschap alleen gedoodworden; de Tygers en de moeraslën denJagers verhinderende zich diep in de wil-dernislèn te begeven. Dit Koningryk Oe(Td&bevat twaalf groote Provintien , welke verdeling ’yder op zich zelf, door eenen Oja ofPrins, als ’s Konings Stadhouder, ge-regeert worden, welke wederom ver-schelde Opera’s of mindere bevelbebberenonder haar hebben. Boven dien is 'er-voor yder gewest een Oja aan ’t Hof,die deflèlfs zaaken bestiert, en een waa-leend oog houdt over ’t gedrag derplaatshoudende Bevelhebbers. De voor- ■

gaande Koning had by deze noch eenander als het dertiende gevoegt, ’t welkhy overwonnen had van ’t Ryk vanLaos, ende hy zoude na alle waarichyn-lykheid meer andere overwonnen heb-ben, indien hy in zynen voortgang nietwas belet geworden door ’t hoog op-zwellen eener rivier : doch weinige jaarendaar na wierd het zelve hem weder ont-nomen , zo dat al de vrucht van eentocht in zoo’n vergelege land en metzulke groote kosten, ondernomen alleen-lyk diende om argwaan te verwekkentusschen de twee natiën , welken arg-waan den voorigen handel tusschen baar-bede ten gronde hielp,en naar Cambodiaoverbracht.

Nadien ik van ’t Ryk Laos gemeld Verhaalheb , zal het niet ongereymd zyn den van ’t WLezer mede te deelen ’t geen ik daar van van L a0ï ‘gehoort heb, ’t welk anders weinig be-kent is, om dat het is een land, veervan de zee binnen in ’t land gelegen. Laoslegt onder het zelfde noorder Climaat alsTonquin , en ’t is een groot en magtigRyk ,van de nabuurige staaten afgeschei-den door bosschen en wildernissen. Hetlegt ontrent eene maand reyzens tennoorden van Judia. Het valt zeer on-gemakkelyk en moeyelyk te land der-waards te reyzen van wegen de hoogsgebergtens, en te water langs de rivier,

van

/