Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
21
JPEG-Download
 

VAN J A P A N.

lyk men doorgaans dbedt, op den hais ,des Olyfants, maar legt op zyn staart-riem achter den Koning , van waar hyeen middel heest, om het dier te regee-ren door zekere tekenen, waar aan hetgewend is.

Nat beichryveri der Paleysen ga ikover tot de Tempelen en Schooien dezerstad. Zy zyn menigvuldig; want gelykhet geheele land opgepropt is van Prie-sters en Munniken, zo vloeyt deze stadintbyzonder over in alle gedeeltens vanTempelen , welker voorhoven gelykstaan met de straaten , en vol zyn vanpylaaren en pylasters van verscheldemaaksels en vergalt. In grootheid gely-ken zy niet by onze kerken ; maar zymunten uyt boven die in uyterlykefraayheid, van wegen de menigvuldigeboogsWyze daken, vergulde voorgevels,uytstekende trappen, pylaaren, zuylen,en ahdere verciercelen. Binnen in zynZe opgepronkt met vëele beelden levens-groote, en noch zelf grooter , kunstigzaamgestelt van pleysterstdf, gcmengtuyt hars, oly en haair, waar vart debuytenkant overgevernist word metZwart, en daar na vergalt. Zy wordengeplaatst in verschelde ryen aan een uyt-stekenderi hoek , waar op het Outaarstaat. In sommige Tempels ook langs muuren in enkele ryen, met hunnebeenen kruysweegs over deü anderenzittende, naakt, uytgenomen het mid-den , waar om heen een donker geelkleed gebonden word ; van over de lin-ker schouder tot aan de navel, hangteen diergelylt stuk laken dubbeld zaamgevouwen. Hunne oorlappen zyn intmidden doorgesneden, en ZO lang, datze aan de schouders ryken. Hun hoofd-haail' is gekruld, en boven op de lcruyngebonden in twee knoopen, zo dát menniet kan onderscheiden, of het een muts,of zodanigen opfmokking is. De rech-ter hand rust op de rechter knie, en der s vi Ü linker legt in de schoot. De voornaam-

:o0l, ^ ste plaats in het midden, is voor een Af-

<£ god Van een meer dan menfchelykeNgod der groote, op dezelve wyze zittende onder^miten, een Verhemeltscl. Dese verheelt hunnenóppersten Leeraar, en grondlegger vanhaaren Godsdienst. De Siamiten noemenhem Vrah , den Heyligen, of Pr ah pndiPJtau , den Heiligen van hoogen afkomst,°f met eenen byzonderen naam, Sammo-^ Khaikim ,t welk d t Peguanen uytfpree-kei \Sammona Khutama ., een man zonderààu.Do Japoneesers en de Chineefen,fii noemen hem Siaka of Saka , de Ceylonee-

> Iers ^ Rudhu m of Buclba. Deze Ptab of

khodum word in sommige Tempelen ver»

I. Boek. II. Hoofdst. zr

beeld in ecrie wanstallige gedaante. Ineen Pègttacmsche Tempel buyten de stadt*word hy genoemt ;n de Peguaanschespraak 'ijianpmm Tfiun , alwaar op eenuytstek zodanigen Afgod zit sterk ver-galt, waar van de overeenkomst of pro-portie zodanig is , dat by aldien hystond , hy hondert en twintig voetenlang zoude zyn ; wy zullen hier na eestander Siaka of Afgod vinden tot Miaco ,de Hoofdstad van Japan , en Zetel vandeslèlfs Erf-geestelyken Keyzer, die nietminder is dan deze van Judta , zo vanwegen zyne grootheid als schoonheid.

De gestalte van dezen Afgodt is dezelvemet die, in welke Bndha en zyne leer»lingeri hen stelden, wanneer zy vrygees-tig by zich zelf denkende waren ovvr,*«lWkGodtsdienstige onderwerpen. Tot de-zen huydigen dag zyrt de Priesters, zynenavolgers volgens hunne regelen verplichtdagelyks op gezette tyden in de gestaltevan hunnen meester te zitten, wanneerzy zich bezig houden in het oestènehvan hunnen Godtsdienst,of int beden-ken van de vrygeestery. Int zelve op-tooyzel gaan zy ook uyt, alleen met ge-schoorene hoofden, hunne aangezichtenbedekkende tegen de zon met een waa-ycr van palmhout en desselfs bladen ge-maakt.

Naast aan de Tempels zyn de woon- Huyfende:huyièn der Monniken , dewelke zeer Monniken,slecht zyn. Aan deene zyde hebben zeeen openbare zaal of gehoorplaats, Prabkdtgenaamt, welke doorgaans een redelykgroot hout gebouw is , den Tempelenzeer gelyk, de randen der daken ver guit,met weinige trappen om in te komen,en van binnen met veele boute lootfen,in plaats van vensters, om licht te ge-ven geduurende haare gewoonlyke verga-deringen ofleslèn. De zoldering binnenWord onderfchraagt door twee ryen py-laareti, ent vertrek in Verfcheide soortenen banken verdeelt. Int midden vant vertrek , eenige trappen hoog, staateen verheVe stoel , zeer aardig gesnedenen vergult, gelyk die in onze kerken ;op welken op zekere uuren een oudPriester klimt, die uyt groote palm bla-den , met zwarte Karacters getekent,met een zachte en onderscheide stem ee-nige heilige woorden aan zyne toehoor-ders , die voornamentlyk leerlingen isthunne Godtgeleerdheid, of jonge Mon-niken zyn, Voorleest. Opt hooren vanzekere woorden en naàmen, slaan de toe-hoorders huifne handen zaamest tegenhun voorhoofd ; maar ontrentt voor-naamst onderwerp tonen zy weinigopsct'tentheid of Godsdienstigheid; want fc