VAN JAPAN.
hcyligen en góden welbehagelyk om dathun groote heylig Sammana Khodum haaraïtyd vcrkoor om daar onder te zitten,Cn om die reden planten zy ze dicht byhaare Tem pelen, in dien de grond en deluchtstreek het willen lyden. Dezelveheyligheidword toegesehreven aan cenenanderen melkachtigen of vygenboom,welkers takken zich tot aan den grondnedcrbuygende, zo ras als zy die raaken,daar in wortel schieten , en zo veelenieuwe stammen maken, waar door de-^ Zelve zich zelf zeer ver in de rondte(jig^'aar- Uytstrekt. Deze heest bladen zeer ge-‘ Üoot5^ e ' lykende na de Lauro-Cerajus , maar groo-ter, en draagt vruchten gelyk de voor-gaande, welke de vleermuysen gaarenceten. De Ceyloneesen noemen hem ookBudbum Gas , dat is BudbunPs boom;Maar hy is moeyelyk om te planten, eilniet dienstig na by de Tempels te staan,om dat hy zyne takken zo ver uytspreidt. Dit tweede vierkant bevat tweeaanmerkelyke Tempelen, waar van deeerste aan yder deur in ’t voorportaalvertoonde twee wilden met duyvelshóófden, {zie de f. tafel de 2 fig.) enaan de achterdeur waren geschilderttwee Portugeescn levensgroote. In de-zen Tempel word jaarlyks een grootfeest gevierd. Behalven deze stonden 'ernoch in dit tweede vierkant verscheldeKapellen , met afgoden daar in , gelykook vericheide fraaye pyramiden , vanwelke eenige vergult, en sommige volwandrochtige beelteniflen waren. HetZou te verdrietig vallen yder derzelvein ’t byzonder te beschryven, en ik oor-deele net genoeg de beeltenissen der voor-naamste en aanmerkelykste asgetekent tehebben in de 6 . tafel , fig, 1.2.3.4. y. 6.7.
Eer ik dit onderwerp verlaat moet ikfctVog melding doen van een boom van eenei kn. ö zeldzaamen aardt, welke men ontmoet,wanneer men uyt de stadt na deze tweevierkanten gaat, niet lang geleden overden dyk geplaatst, om den zuyder armvan de rivier tegen te houden. Hy isvan de grootte eens appelbooms , heeftlange smalle bladen, en lange versprei-dende takken, aan welker uyterste dun-ne takjens vogelnesten hangen , aardig-lyk gevlochten van droog gras en ander> stof op de wyze van een beurs, met eenlange enge hals. De openingen dezernesten zyn naar ’t noordwesten, zo datde zuyde wind noch de regen daar inkan komen. Ik telde alleen in dezen ee-nen hoom na boven toe vystig nesten,en nooit heb ik aan eenigen anderen het. zelve gezien De vogels waren van eendonker geele kleur, de kanarien zeer ge-
Í. Boek. II. Hoöf&st. zt
lyk, en sylpende byna gelyk mosichcn,van welke er eene groote menigte in ditland is. Iets anders vind men in dezenboom, te weten, dat de tronk en zynegroote takken vol mostige uytwaslchenof wratten van verscheide gedaante zyn ,waar van zich de Inwoonders bedienen
als van een geneesmiddel voor verschei-de ongemakken..
De Godsdienst van dit volk is de hey-denscheleere der Brabinunnen, welke altydzedert veele eeuwen beleden is gewor-den onder alle natiën van de rivier Industot aan ’t uyterste eind van ’t oosten ;uytgezondert dat het Mahometaansdomzo veel ingang gevonden heeft aan ’tHof van den grooten Mogol en in zynegroote steden, gelyk ook in Summaira\Java , Celebcs en andere nabuurige Eylan-den, dat het schynt ’t Heydendom teovertreffen. Dit algemeene Heydendom,(’t welk onderscheiden moet worden vanden Godsdienst der oude Persen, de Zoneerbiedende ’t welk nu meest in ’t ge-bruyk is) schoon uytgcstrekt in ver-scheide sekten en gevoelens, volgens deverschillende gewoontens, taaien en uyt-leggingen , is niettemin van een beginafkomstig. De biamiten verbeelden deneersten Lceraar van hun Heydendom inhunne Tempels, in gedaante van eenMoor van eene wonderbaare groote, zit-tende, zyn haar gekruld,de huyd zwart,maar als uyt eerbied over vergult, aanweerkanten verzelt door een zyner,voornaamste med’gezellen , gelyk ookvoor en rondsom hem door de overigezyner Apostelen en leerlingen, alle vandezelve ldeur , en meest in dezelve ge-stalte. Zy gelooven volgens de Brak-mannen , dat de Godtheid in hem woont,’t welk hy bewyst door zyne leere, ma-nier van leven j en operibaaring. WantWiflnu , waar mede zy de Godtheid ver-staan , reeds voor veele honderd duy-zenden van jaaren onder verscheide gedaan-tens de geheele wereld acht reyzen be-zocht hebbende, verschynt de negendemaal in den persoon , van dezen Mo-riaan , welken zy om die reden noemenPrabpuditfau , dat wil zeggen,de Heyligvan groote af komt ; Sammana Kbutama ,de mensch zonder driften ; Prak btn Tsjau ,De Heylig die Heer is ; of stecht Prab , deHeylig; of Budba , (of Phutha in eenelettergreep volgens hunne uy tspraak doorde keel,gelyk die der Hottentotten.) DeCeyloneesers noemen hem Budbum, deChineesen en de Japoneesers Sacka of Sia-ka , of eenvoudiglyk Fetoge , dat is afgod,en met een eerlyke bynaam Si Tfun , degroote Heylig.
Godts-dienit derSiamiten.
Siaka,
\