DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
Waar ge- Ik vinde dat het verbaal dezer Heyde-booren. nen raakende zyn afkomst en vaderlandniet overeenkomt. De Siamiten noemenzyn geboorteland Lança , het welk hetEyland van Ceylon is, waar van zy zeg-en , dat haaren Godtsdienst eerst totaar overgebracht is, en naderhand we-der voort gezet door de nabuurige Land-schappen tot aan China en Japan. Ver-volgens zyn 'er noch eenige overblyfie-len van haaren Godsdienst te zien,gelyk ook van dien die ze eerst oefen-den, als of de andere in defelfs plaatsopgewelt was , op den top van eenenhoogen berg in het Eyland Ceylon, dooi-de Europè’ers aidants Piek genoemt, wel-ken zy Heylig achten, en dezelve inhunne Landkaarten in ’t middelpuntder aarde plaatsen. De Ceyloneesers zelfnoemen zyn geboorteland Macca Desia ,daar mede meenende ’t Koninkryk Stam ;want Zy gebruyken den Palt of de By-bel der Siamiten , welken de Peguaanennoemen Maccatapafa , in de haare Khom ,of taaie van de Kbomuts , toestaande datZy die van de Siamiten hebben. De Chi-neesen en de Japoneesen wenden voor-dat deze Heylig, en de leere, welke hygcopenbaart heeft, hun begin hadden inhet land van Magatta , of gelyk de Japo-neesers noemen, Tenftk Magatta Koks , datis het groot landig Magatta , ’t welkvolgens haare beichryving en gevoelenhet vaste land van Indien is, bevattendePegu en Sitmi , daar noch by voegende,dat Siaka was de zoon van den Koningdezer landen, van welke de Inwoondersaan elkander toefchryven den oorsprongvan hun Leeraar , een Profeet, zo hetichynt, altyd hooger geacht wordende,om dat hy uyt een vreemd land is af-komstig. De Benjanen en de Brahmannengeloven dat Bndha nóch vader nochmoeder heeft gehad, en gevolglyk er-kennen zy, dat zy niets weten van zynegeboorte noch vaderland. Zy beeldenhem af in de gedaante van een man metvier armen , en voor ’t overige hebbenzy geenc andere Legenden rakende Zynewonderwerken en daaden, behalven eenoverlevering van zyne aanbiddelykeGodtvrucht, hebbende nu 26450. jaa-ren gezeten op een Larate bloem, en dengrooten Godt altydt gedankt en gelooftzedert 21659. jaaren (te rekenen na hettegenwoordige jaar 1690. na Christus ge-boorte,) wanneer hy eerst te voorichynquam, en zich zelven aan de waereldopenbaarde. Maar de Siamiten , en an-dere oosterlyker Natiën hebben gehceleboeken van de geboorte, van ’t levencn de wonderwerken van dezen Godt
I Pr ah of Siaka. Ik zie geen kans om de-ze verschillende en tegenstrydige verhaa-lcn, welke ik in de bovengenoemde lan-den by een vergadert heb, over een teI brengen , dan door te onderstellen , ’tgeen ik oprechtelyk meene waarheidt tezyn ; namentlyk, dat de Siamiten en an-dere, oostelyker leggende volkeren,eenjonger Leeraar met Bndha vermengthebben, en by missiag den eenen voorden anderen genomen , welke verwar-ring in de Goden en in hunne benamin-gen zeer dikwils voorkomt in de Griek-Jche en Egiptifche historien ; zo dat Pr ahof Siaka dezelve niet is met Bndha , veel Siaka &min met Ram , of Rama gelyk vader Kir-cher hem noemt in zyn China Illujlrata , dezelfde(verlicht China, ) zynde deze eenigehonderd duyzcnd jaaren te vooren ver-schenen , maar dat hy was een nieuwe| bedrieger,die zig stechs ontrent vyfhon-derd jaaren voor Christus geboorte op-gedaan heeft. Behalven dit maken ookveele omstandigheden het onwaarfcbyn-lyk, dat de Prah , of Siaka geen Asiatierof Indiaan, maar een voornaam Epyp-tifch Priester moet zyn geweest, waar-fchynlyk van Memphis , en een Moor,die met zyne broederen uyt zyn geboor-teland verdreven , den ÉgiptifchenGodtsdienst in de Indien overgebrachten daar voortgezet heeft, en wel om de-ze navolgende redenen.
I. In verschelde hoofdpunten blykt er Aeen overeenkomst tussenen dit Oos-terich en het oud Egyptisch Heydendom; aftorn^want de Egyptiers verbeelden hunne van de#Goden, gelyk deze Heydenen nu doen,op de wyze van verschelde soorten van Gods-dieren, en menschelyke monsters; daar dienlf-in tegendeel hunne nabuuren in Asia, byvoorbeeld de Persmanen, de Chaldeeu-wen , en andere volkeren den zelvenGodsdienst belydende, liever de Hemels-lichten , inzonderheid de zonne en hetvuur, als haare afbeeldsels, dienden ; enhet is waarfchynlyk , dat voor de in-voering van her hedendaags Heydendomonder de Indiaanen , zy de zelve soortvan dienst hadden als de nabuurige Chal-deeuwen en Persiaanen. Want gelykhet niet kan onderstelt worden, dat dezegevoelige volkeren zonder eenige deminste Godtsdienst leefden , gelyk debeestachtige Hottentotten ; zo is ’t tenhoogsten waarfchynlyk, dat zy de god-delyke almacht eerbied aandeden doorop de wyze der Chaldeen , de Zon enandere Hernel-lichten te dienen, als zul-ke deelen van de Schepping, die de uy-terlyke zinnen verbaafen, en ’t verstandvan verwondering ontrent haare onbe-
vatbaa-